Gelderland

Legende:
Op een goede dag hoorden Leopold en Wichard, de zonen van ene heer Otto, dat er een draak was die een ramp was voor zijn omgeving. Hij joeg op de mensen en op hun dieren om ze te verscheuren. De beide zonen besloten het beest te doden en gingen op pad. Ze vonden de draak onder een oude Gelderse roos.  De kreet die de draak tegen hen brulde was: „Gelre, Gelre“. De draak werd gedood door Wichard. Op de plaats waar de draak verslagen was, werd door de broers een slot gesticht dat ze „Gelre” noemde, naar de strijdkreet die de draak hen toe brulde.

Omdat Leopold kinderloos overleed, volgde de jongere broer hem op. Die Wichard was getrouwd met Margareta van Hameland. Hij voerde de drie Gelderse rozen in zijn schild ter herinnering aan de oude mispelboom waaronder de draak werd gedood. Gelreland veranderde in het spraakgebruik in Gelderland. Op oudere wapens uit Gelderland staan vaak die drie „Gelderse rozen” afgebeeld.

Het land Gelre dat rond het slot groeide bestond, uit twee delen: Neder-Gelre (nu de provincie Gelderland) en Opper-Gelre. Dat laatste deel is in de loop der jaren steeds verder versplinterd. Stukjes ervan liggen nu in het noorden van de huidige provincie Limburg. Andere, zoals het plaatsje Gelre waar de geschiedenis met de draak zou hebben plaats gevonden, zijn Duits geworden.

gelderland

De provincie Gelderland
De Provincie grenst in het noorden aan Overijssel, in het oosten in het zuidoosten aan Duitsland, in het zuiden, een klein stukje aan Limburg en aan Noord-Brabant, in het zuidwesten aan Zuid-Holland in het westen aan Utrecht en in het noordwesten aan Flevoland. Het is, in landoppervlakte, de grootste provincie van Nederland. (Wordt het wateroppervlak meegerekend dan is Friesland de grootste).
De hoofdstad is Arnhem hoewel Apeldoorn en Nijmegen (nu) meer inwoners hebben. De bevolkingsdichtheid bedraagt 405 inw./km2.

De provincie bestaat uit de „kwartieren”: het rijk van Nijmegen met het rivierenland (de Betuwe, het oude oostelijke stamgebied van de Bataven), de Veluwe met Arnhem als stad en de Achterhoek (ook wel de Graafschap genoemd) met Zutphen als stad. Het 4de kwartier, met Roermond als stad, is versplinterd. Die stukjes zijn nu verdeeld onder Limburg en Duitsland.

vlag gelderland                Het provinciale wapen                                   De Provinciale vlag

Twee Hollandse leeuwen zijn de schildhouders en het schild wordt gedekt door een hertogskroon. Op het schild zijn twee elkaar aanziende leeuwen afgebeeld (goud: de Hollandse leeuw – Neder-Gelre en zwart: de leeuw van Opper-Gelre). Die leeuwen zijn strijdend” (face to face) afgebeeld. De vlag toont de wapenkleuren (blauw, geel en zwart) van het schild. (Die zwarte leeuw is nu ook in het wapen van Limburg te zien. Stukjes opper-Gelre zijn immers o.a. ook bij Nederlands Limburg gevoegd).

Provinciale omroep: Radio gldTV-gld & (geen teletext meer).
Gelderland in vogelvlucht &  Weer in Gelderland & Noodweercentrale Gelderland.
Gelderse overheid. De staten van Gelderland.
Toerisme in Gelderland & Leskaart van Gelderland.

Gelders volkslied: Ons Gelderland (Nederlands)

-1-   (Veluwe)                                          -2-  (Betuwe)
Waar der beuken breede kronen            Waar bij zomerzon de boomgaard
Ons heur koele schaduw biên;               Kleurig ooft den wand’laar toont,
Waar we groene dennebosschen,          En de vruchtb’re korenakker
Paarse heidevelden zien;                       Stagen arbeid rijk’lijk loont
Waar de blonde roggeakker                   Waar het aorige rivierke
En het beekje ons oog bekoort,              Rustig stroomt langs groenen boord,
Daar is onze „Vale Ouwe”,                      Daar is onze „rijke Betuw”
Kost’lijk deel van Gelre’s oord.               Kost’lijk deel van Gelre’s oord.
Kost’lijk deel van Gelre’s oord.               Kost’lijk deel van Gelre’s oord.

-3-  (Graafschap/Achterhoek)
Waar kasteelen statig prijzen
Rond door park en bosch omringd,
Waar het voog’lenkoor zijn lied’ren
In het dichte loover zingt;
Waar het lief’lijk schoon van ‘t landschap
‘t Oog des schilders steeds bekoort,
Daar is onze „olde Graafschap”,
Kost’lijk deel van Gelre’s oord.
Kost’lijk deel van Gelre’s oord.

Geschiedenis van Gelderland
Heer Gerard IV van Antoing (Henegouwen) verkreeg in 1021 van keizer Hendrik II de oude heerlijkheid Gelre. Dat bezit omvatte naast de landerijen ook de plaatsjes Gelre en Pont langs het riviertje de Niers en wat zuidelijker Wassenberg dat aan de Roer ligt. (Een ander plaatsje dat ook aan dat riviertje ligt „Roermond”, werd wat later de hoofdplaats van Opper-Gelre).

Zijn kleinzoon (1131 – 1182) trouwt met Ermgard, dochter van graaf Otto I van Zutphen. In 1179 erven de Geldersen langs die lijn de Graafschap (stad en land van Zutphen). Hun zoon Otto I van Gelre (1182 – 1206) werd de eerste graaf van Gelre en Zutphen.

Graaf Willem II van Holland was door de keurvorsten gekozen tot „Rooms-Koning”. Dat betekent dat hij slechts nog door de paus gezalfd moest worden om „Rooms-Keizer” te zijn. Om zo ver te komen had hij veel geld nodig. Wat hij tekort kwam, leende hij van de graaf van Gelre met de Bataafse stad Nijmegen als onderpand. Echter, hij is door de Friezen vermoord voordat de paus hem tot Keizer kon zalven. Door zijn dood werd die lening niet afgelost en kreeg Otto II het onderpand Nijmegen (de „Bataafse stad en het Bataafse land”, dus de Betuwe) in vol eigendom (1248).

Het oude Gelderland bestond dus uit de kwartieren:
1. Zutphen (oostelijk van de Gelderse IJssel, de Graafschap).
2. Arnhem (Westelijk van de Gelderse IJssel, de Veluwe).
3. Nijmegen (zuidelijk van de Rijn, de Betuwe en het rijk van Nijmegen).
4. Roermond dat verplinterd is (nu delen Duits en delen Limburgs).

Opmerking:
In de volksmond wordt de Veluwe wel Vale Auwe” en de Betuwe wel „Beste Auwe” genoemd. De Veluwe is immers zanderig en erg droog, de Betuwe bestaat uit klei en is door rivieren omspoeld. Dus op de Veluwe was het leven vaal (arm) en in de Betuwe best (rijk). Het oude woordje auwe kan met moderne woord landschap worden hertaald.

Gelderse oorlogen (1502 – 1543):
De Gelderse oorlog was eigenlijk één oorlog met drie „dieptepunten”: Der Saksen vete” (1514 – 1517), „der Geldersen vete” (1531 – 1534) en „des Graven vete” (1534 – 1536).

Die strijd ging tussen:
1. Holland, Vlaanderen en Brabant, aangevoerd door Karel V (de Habsburgers),
2. Gelre, met Groningen & Ommelanden en Friesland, onder door Karel van Gelre,
3. Het Sticht, het Oversticht en Oost-Friesland, aangevoerd door de Sakische adel.

De „Gelderse oorlogen” eindigden met de zege voor de „Bourgondische Nederlanden”. Alle provinciën kwamen onder het bestuur van keizer Karel V. Voor de vormgeving van het huidige Nederland waren de gevolgen van deze Gelderse Oorlogen  heel belangrijk:
* Een Nedersaksische staat (Gelderland, Overijssel, Drenthe, Groningen en Friesland) kwam niet tot stand. De meeste provinciën bleven samenhang nastreven.
* Keizer Karel V gaf, als straf, gebieden in het oosten van de Nederlanden, zoals Oost-Friesland (1517), Gulik (1534) en Lingen (1543), aan Duitsland. Hierdoor werd de huidige Nederlandse oostgrens in belangrijke mate bepaald.
* Tijdens de Tachtigjarige Oorlog, die daarna begon, ontstond de splitsing tussen de Noordelijke- en de Zuidelijke Nederlanden. Hierdoor werden de zuidelijke grenzen, in grote lijnen bepaald.

Door al deze ellende begonnen de „Noordelijke Provinciën” heel voorzichtig „Neder-landse provincies” te worden en werden de „Noordelijke Nederlanden” zo, stapje voor stapje, de „Nederlanden”.

Volksverhaal: de Woeste Hoeve
Langs de vroeger eenzame weg van Arnhem naar Apeldoorn stond eens een hoeve. De hoeve was de geliefde uitspanning voor reizigers. Er woonde en werkte een moeder met haar beide zoons en er was een dienstmeisje. De oudste zoon was slim en vlijtig, de jongste wat dommer en trager.

Beide zoons werden verliefd op het knappe dienstmeisje maar wisten dat niet van elkaar. De jongste zoon maakte haar als eerste het hof maar deed dat zo onhandig dat het meisje in de lach schoot. De jongste zoon ervoer dat als uitgelachen te worden en keerde zich af. Verbitterd moest hij aanzien hoe zijn oudere broer wel een aanzoek met success volbracht.

Na enige tijd verwisselde de moeder het tijdelijke voor het eeuwige. Nadat ze, in rouw een jaar gewacht hadden, besloten de oudste zoon en het meisje te trouwen. De hele familie vond dat een goed plan en hielp bij de voorbereidingen van het huwelijksfeest.
Nadat ze de stoelen van bruid en bruidegom met dennetakken en hulst hadden versierd vroeg een tante aan de jongste zoon om met fijn wit zand de vloer te versieren met de traditionele figuren. De zoon weigerde dat en verliet de hoeve.

De tante deed dus zelf dat laatste werk en vrijwel meteen nadat ze klaar was kwam er het bruidspaar met de gasten binnen. Tot diep in de nacht werd er gegeten, op het bruidspaar getoost en de Rozenwalsen gedanst en gezongen. Nadat de laatste gasten vertrokken waren en het jonge paar in de bedstee in slaap viel, keerde de jongste zoon heimelijk terug. Hij veegde wat gloeiende kooltjes uit de afgedekte haard in een test, liep er mee naar de stal en gooide ze in het hooi. Daarna rende hij weg.

Toen de eerste klanten de volgende ochtend langs kwamen, zagen ze hoe verkoolde resten van het bruidspaar, met diepe teurnis, gekist werden.
De jongste zoon heeft zich enige tijd in de „onzalige bossen” kunnen verbergen maar werd uiteindelijk toch gepakt. Hij is jaren later in de gevangenis overleden.
Na deze gebeurtenis is het corps „gele rijdersin Arnhem gelegerd en is de thuisbasis van de marechaussee (militaire politiein Apeldoorn gevestigd. Zo kwam het woeste deel van Gelderland strak onder het wettig gezag.

De Woeste Hoeve is, als uitspanning (restaurant), herbouwd en is nu een zeer geliefde trekpleister voor vakantiegangers.

Nog toe te voegen:

Volksdansen/Vaandelgroet

Moderne tijd

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.