Koloniale erfenis

De 350 jarige koloniale activiteiten van Nederlanders hebben zowel de koloniale gebieden als ook de Nederlandse samenleving zelf beïnvloed. Deze invloeden zijn echter niet gelijkmatig verdeeld.

Zelfs in de voormalige koloniën zijn de Nederlandse sporen soms zeer duidelijk en heel tastbaar (in de architectuur, in de taal, in benamingen, en in het collectieve geheugen), maar vaak ook (wat moeizamer) zichtbaar in de vorm van documenten en archieven. Volgens de onderzoekers van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde, KITLV in Leiden, een instelling die gespecialiseerd is in de problematiek van Indonesië, er is zelfs een paradox. Terwijl het toenmalige Nederlandse Oost-Indië een grote geopolitieke-, economische- en culturele invloed op Nederland heeft gehad, is het demografische- en het culturele Nederlandse erfgoed in het bewustzijn van de moderne Indonesiërs nogal vaag. In Afrika is dat heel anders. Ondanks het feit dat Zuid-Afrika slechts zo’n 150 jaar in Nederlandse handen was (tot Nederland door Napoleon bezet werd) heeft de 17de eeuwse taal, gebaseerd op de spraak van de boeren, er overleefd en zijn de menselijke contacten met het voormalige moederland nog steeds levend.

VOORMALIGE KOLONIEN

De voormalige Nederlandse koloniën, althans die met een nauwere relatie met de Nederlanden, worden in dit land als verwante culturen (verwantschapslanden) gezien. Die post-koloniale verwantschapen bestaan er vandaag nog steeds en kunnen worden onderverdeeld in verschillende categorieën.

De taal

In de meeste kolonies was, door de grote verscheidenheid aan volken, de Nederlandse taal nooit dominant. De enige uitzonderingen hierop zijn Zuid-Afrika en Suriname, waar het Nederlands nog steeds een officiële taal is.

Afrikaans

De verwante taal “Afrikaans” in zuidelijk Afrika

In Nederland heel bekende liederen uit Zuid-Afrika: Sarie Marais” & Kom sing saam” & Bobbejaan klim die berg & Suikerbossie.

Het is niet moeilijk om Nederlandse woorden in het Indonesisch (vooral in de weten-schappelijke en technische terminologieën) te onderscheiden, maar ook in de dialecten van een aantal staten in de VS, zoals in het Jersey-Dutch, in het Mohawk-Dutch en in het  Albany-Dutch is dat het geval. Daarnaast natuurlijk ook in de talen die gesproken worden in het Caribisch gebied. Taalkundig zijn de voormalige Nederlandse Antillen verdeeld in twee zones: de ABC” eilanden (Aruba, Bonaire, Curaçao), waar de bewoners  Nederlands en Papiaments spreken en de S – eilanden” (St. Maarten, Saba, St. Eustatius), waar het Nederlands wordt gebruikt naast het Engels, in het geval van St. Maarten – ook nog naast het Frans.

De samenleving

De enige grote etnischFDR_in_1933e groep die zijn oude wortels in Nederland heeft, zijn Zuid-Afrikaanse afstammelingen van Nederlandse kolonisten, de zogenaamde Boers of Afrikaanders. (De Nederlanders bleven zich er ook vestigen toen de kolonie al lang onder het Britse gezag gekomen was!). Verder stroomt er nog Nederlands bloed in de aderen van sommige etnische groepen in Sri Lanka (de Burgher” bevolking), in Indonesië (de Indo’s) en in de creolen van Suriname. Er waren drie Nederlandse afstammelingen ooit president in de USA: Martin van Buren, Theodore Roosevelt en Franklin Delano Roosevelt. Foto: president F.D. Roosevelt

De Koloniale activiteiten van Nederland hebben ook invloed gehad op de etnische en op de nationale structuur van bepaalde landen. Het was, bijvoorbeeld, tijdens het bewind van de Nederlanders dat de Chinezen massaal begonnen te emigreren naar Taiwan (Formosa), daardoor had  China, in 1949, een voorwendsel tot de annexatie van het eiland. Ook werden Afrikaanse slaven massaal naar Amerika vervoerd op de Nederlandse schepen van de West Indische Compagnie.

Vernoemingen

De wijk Brooklyn, in New York, dankt haar naam aan het Nederlandse dorp Breukelen en Harlem aan de stad Haarlem in Nederland. Andere Amerikaanse namen van Nederlandse herkomst zijn Coney Island (Conyn Eylandt – Konijnen eiland), Orange County, Nassau County, Staatsburg, Kinderhook, Coeymans, Stuyvesant, enz.

ConeyIslandAerial

Coney Island

In Zuid-Afrika zijn er o.a.: Johannesburg, Kaapstad, Vereeniging, Vanderbijlpark, Gouda en Bloemfontein; in Suriname: Alkmaar en Groningen. De hoofdstad van Aruba heet  Oranje-stad, de hoofdstad van Curaçao – Willemstad. Sommige plaatsen danken hun naam aan grote reizigers, ontdekkingsreizigers en cartografen. Enkele voorbeelden zijn: Tasmanië, vernoemd naar Abel Tasman (die voor de VOC werkte) en New-Sealand, oorspronkelijk Nova Zeelandia, ook ontdekt door Tasman.

Steden

De meest zichtbare tekenen van de aanwezigheid van de Nederlanders zijn de steden, de forten en de huizen die ze achterlieten. Veel van deze bouwwerken zijn bewaard gebleven in het huidige Indonesië, op Java, maar die architectuur is in hoofdzaak afkomstig uit de 19de en begin 20ste eeuw. De meest Nederlandse steden op Java zijn Jakarta (oud: Batavia), Bandung, Semarang, Yogyakarta, Surabaya en Malang. In Jakarta zijn de belangrijkste architectonische overblijfselen het presidentieel paleis, de zetel van de minister van Financiën en een theater.

Museum_Seni_Rupa_dan_Keramik_Main_images10

Museum voor de schone kunsten en keramiek aan het Fatahillah plein in Jakarta, het vroegere ministerie van Justitie

Het is jammer dat, toen Indonesië onafhankelijkheid werd, veel koloniale gebouwen werden verwoest. Langs de kust zijn er nog restanten van koloniale forten. Een ander voorbeeld op dit gebied is het Stadthuys” op Malakka. Op de voormalige Nederlandse Antillen wordt de Nederlandse stijl het best vertegenwoordigd door de stad Willemstad, waarvan sommige huizen rechtstreeks lijken te zijn overgebracht uit Nederland.

WillemstadEvening

Willemstad (Curaçao)

De Nederlandse architectuur is ook bewaard gebleven op de andere eilanden. Onder de vestingwerken die bewaard bleven behoren het Fort Zeelandia in Paramaribo (de hoofdstad van Suriname), en in de Verenigde Staten – de ruïnes van Fort Goede Hoop (nu Hartford) in Connecticut en Fort Oranje (nu Albany, New York).

Infrastructuur

Waar het de infrastructuur betreft hebben de Indonesiërs veel te danken aan de Nederlandse koloniale technici. Volgens sommige berekeningen legden Nederlanders, in de jaren 1800-1950, meer dan 67.000 km wegen aan in Indonesië; zo’n 7.500 km spoorwegen en irrigatiesystemen voor zo’n 1,4 miljoen hectare. Ook bouwden ze ca. 140 drinkwater-zuiveringssystemen, veel bruggen en ook verscheidene internationale havens. Ook bouwden de Nederlanders er de Grote Postweg die, in het noorden van Java, het oostelijke- en het westelijke uiteinde van het eiland met elkaar verbindt. 

Java_Great_Post_Road_svg

Grote Postweg

Hij werd gebouwd voor militaire doeleinden in de jaren 1808-1811, maar is nu een onderdeel van de Java Northern Coast Road. Die weg is beschreven in het document De Groote Postweg” (1996) van Pieter van Huystee.

Landbouw

In veel van hun voormalige koloniën, introduceerden de Nederlanders ook teelten die vandaag de dag nog op grote schaal gebruikt worden. Dit is het geval bij de Java-tabak, bij de productie van natuurrubber (nu tweede plaats in de wereld) en de productie van cacao (uit de Filippijnen). In Zuid-en Midden-Amerika vestigden Nederlandse kolonisten verder bekende koffieplantages.

Coffee_Plantation

Koffie plantage Minas Gerais in Brazilië

De wetten, het onderwijs, de sociale systemen

De 350-jarige Nederlandse aanwezigheid in de streken van het huidige Indonesië hebben hun sporen nagelaten in de wetgeving van de voormalige kolonie, en wel in het bijzonder in het burgerlijk wetboek. De basis daarvan werd gelegd door Nederlandse advocaten.

ApartheidHet onafhankelijke Indonesië paste die wetgeving aan tot de huidige wetgeving, die nu een mengsel is van Romeins-Nederlands recht, de adat (de oude lokale wetgeving) en moderne Indonesische wetten. De bewoners van de kolonie mochten in Nederland studeren. De betrekkingen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Indonesië, aangegaan in de jaren ’70 van de afgelopen eeuw openden voor de Indonesische officieren de mogelijkheid om onderwijs te volgen aan militaire academies in Nederland. Een minder glorieuze erfenis van de koloniale periode was wel het systeem van de apartheid in Zuid-Afrika, dat bestond van 1948 tot 1994. Het werd ingevoerd door de blanke Afrikaners, als een beleid tot rassenscheiding in Zuid-Afrika, door de afstammelingen van Nederlanders (en van de Britten).
Op de foto: een overblijfsel van die apartheid.

Wetenschap:  geografische ontdekkingen

De paar eeuwen van de Nederlandse aanwezigheid in de overzeese gebieden heeft geleid tot grote wetenschappelijke en geografische ontdekkingen. Ze werden gedaan, zowel door Nederlandse als door buitenlandse zeelieden in dienst van de Oost-Indische Compagnie. De eerste was Willem Barentsz die aan het einde van de 16de eeuw naar het noordoosten voer, op zoek naar een noordelijke route naar Azië en nieuwe streken ontdekte als Nova Zembla (nu Russisch) en Spitsbergen (nu onder een internationaal verdrag bestuurd door Noorwegen) – de Barentszee is naar hem vernoemd.

NovaZembla-1601

Nova Zemla, een kaart uit 1601

Beide erop volgende ontdekkingsreizigers – de Engelsman Henry Hudson en de Nederlander Abel Janszoon Tasman – deden nieuwe geografische ontdekkingen in dienst van de VOC. Hudson zocht de westelijke route naar Azië, kwam zo in 1609 in de monding van de rivier die later, om hem te eren, de Hudson werd genoemd. Deze ontdekking was het begin van Nederlandse kolonisatie in dat gebied en de vestiging van o.a. Nieuw Amsterdam, dat later uitgroeide tot New York. 30 jaar later was Abel Janszoon Tasman de eerste Europeaan die Tasmanië en Nieuw-Zeeland (1642-1643) bereikte en ook kaarten maakte van de noordelijke kusten van Australië, van Tasmanië (oorspronkelijk Van Diemen’s Land), van Nieuw-Zeeland en van Fiji.

Georg_Eberhard_RumpfTijdens hun verblijf in Oost-Indië schreven de VOC gezanten diverse grote wetenschappelijke werken over de gebieden en plaatsen waar ze dienst deden. Eén van hen was de grote Duitse botanicus Georg Eberhard Rumphius, die in zijn werk Herbarium Amboinense” zo’n 1.200 soorten planten beschreef van het eiland Ambon. Deze 17de eeuwse publicatie wordt, ook nog vandaag, zeer geroemd. Een ander belangrijk werk (in 12-delen!) de „Hortus Malabari-cus”, werd begeleid door ene Hendrik Adriaan van Rheede tot Drakenstein, natuurwetenschapper en gouverneur van de kolonie Malabar Hij beschreef erin de geneeskrachtige eigenschappen van meer dan 740 planten.
Afbeelding: Georg Eberhard Rumphius, portret uit de „Herbarium Amboinense”

Een uitstekende beschrijving van Japan en de vegetatie ervan is achtergelaten door de Duitse arts en reiziger Engelbert Kämpfer, opgeleid overigens, op universiteiten van Gdansk, Historia-Naturalis-BrasiliaeTorun, Krakau en Königsbergen. Hij bleef twee jaar in Japan als arts op de Nederlandse han-delsmissie in Nagasaki. De vele beschrijvingen van de koloniale gebieden en van Japan trok andere VOC-ambtenaren, met inbegrip van de gouverneur John Camphuijs. Ook in Brazilië werd er een aantal wetenschappelijke activiteiten ontwikkeld door de Nederlander Willem Piso en de Duitser George Marcgraf. Hun grote verdiensten zijn de eerste wetenschappelijke studies van de flora en fauna van die regio. Hun werk werd gepubliceerd in het midden van de 17de eeuw in de boeken: Historia naturalis Brasiliæ” en De Indiaâ utriusque re naturalistische et medica”. Afbeelding: Historia naturalis Brasiliæ”.

NEDERLAND

De moderne Nederlandse samenleving cultiveert  geen imperiale traditie en wordt sinds de jaren ’60 van de 20ste eeuw  gedomineerd door een anti-koloniale houding. Maar het koloniale verleden heeft ook in Nederland sporen achtergelaten. Allereerst dankzij de winst uit, met name, de (koloniale) handel is het agrarisch land verstedelijkt en de 17de eeuw wordt zelfs de Gouden Eeuw genoemd.

VOC-huis Amsterdam

Zetel van de VOC in Amsterdam

De koloniale tijd beïnvloedt de structuur van de huidige Nederlandse samenleving want een grote groep inwoners bestaat uit immigranten uit vroegere kolonies, meestal uit Indonesië en Suriname (ze kwamen na het einde van het rijk). Volgens Nederlandse kolonialisme, migratie en cultureel erfgoed” door het KITLV ziet migratie naar Nederland er, in aantallen, als volgt: uit Nederlands Indië (nu Indonesië) zo’n 300.000 Europeanen, Indo-Europeanen en Molukkers (ze worden Indische Nederlanders genoemd); uit Suriname na 1975 – ongeveer 100.000, uit de Antillen, in de jaren ’80 vorige eeuw, zo’n 125.000 migranten. Het aantal huidige Nederlanders met koloniale wortels bedraagt ongeveer een miljoen.

repatrianci z Indonezji

Immigranten uit Indonesië, Rotterdam, mei 1958

Die immigranten introduceerden veel elementen van hun cultuur in Nederland. De meest zichtbare zijn de Indonesische invloeden, vooral in de keuken. De populairste gerechten zijn saté en nasi goreng (gebakken rijst). Bijna elke plaats heeft wel een Toko (winkel) met Indonesische artikelen, een Indonesisch restaurant en, in veel steden, zijn jaarmarkten (Pasar Malam). Die in Den Haag is (nog steeds) de grootste Indische jaarmarkt ter wereld.

Tong Tong Fair 2011 haga

Passar Malam, Den Haag

In de wetenschap is de koloniale erfenis zichtbaar door het bestaan van de koloniale wetenschappelijke instellingen die gespecialiseerd zijn in de problemen van de voor-malige koloniale gebieden. De oudste is de Universiteit van Leiden (opgericht in 1575), die bijna vanaf het allereerste begin geïnteresseerd was in studies over Zuidoost-Azië en Indonesië. Grote verdiensten heeft de collectie van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Zuidoost-Azië en de Cariben in Leiden. Opgericht in 1851, is het nu ‘s werelds grootste centrum van onderzoek betreffende Indonesië, Suriname, de Neder-landse Antillen en Aruba. Ook het Tropenmuseum in Amsterdam heeft een heel rijke verzameling aan culturele, etnografische en antropologische collecties.

Tropenmuseum

Tropenmuseum, Amsterdam

De koloniale tradities van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) worden levend gehouden door het infanterie Regiment van (Johannes Benedictus) van Heutsz , gevormd op 1 juli 1950.

Max_HavelaarHet koloniale thema is ook sterk aanwezig in de Nederlandse literatuur. Een heel goed voorbeeld is de roman Max Havelaar” van Eduart Douwes Dekker (Multatuli), het Nederlandse equivalent van de Negerhut van oom Tom”. Meer recent is er het al genoemde De zwarte met het blanke hart” van Arthur Japin over Aquasi Boachi”, uitgebracht in 1997. Het koloniale verleden leeft ook nog voort in veel Nederlandse gezinnen, in de vorm van foto’s, brieven en veel verhalen die men zich nog steeds herinnert, want veel Nederlanders hebben nog familiebanden met Nederlanders die ooit, een periode, in den Oost” werkten (Lees ook: Een brief uit de  koloniën). Foto: de „Max Havelaar” van Douwes Dekker, 9de  editie, 1891.

Renata Głuszek

Bron:

  • Jan Balicki, Maria Bogucka: Historia Holandii, Ossolineum 1976
  • Dutch colonialism, migration and cultural heritage, KITLV Press, Leiden 2008 – (internet summary).

 

 

 

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.