Water, dat eeuwige water

Als men de vijand niet kan verslaan maak hem dan tot vriend. Deze vuistregel hebben de Hollanders, omringd door het vele water, tot in grote perfectie onder de knie.

De vroegmiddeleeuwse Hollanders (toen nog Bataven genoemd) zeiden Deus mare, Batavus litora fecit”, dat betekent dat: god de zee heeft geschapen, maar de Bataven de kust”. Ook vandaag zegt men wel dat god de wereld schiep behalve Holland want dat is door de Hollanders gedaan”. Daar zit niet veel overdrijving in. Een groot deel van Holland bestaat immers uit land dat de Hollanders aan de zee ontworstelden.

molenfoto2 kopie 3

de Alblasserwaard, de molens bij Kinderdijk

Nauwelijks land wordt een belangrijk deel van Nederland sterk geassocieerd met water want het ligt grotendeels onder de zeespiegel en aan de monding van drie grote rivieren: Rijn, Maas en Schelde. Water was altijd een vloek én een zegen gelijkertijd. Het kostte het land en de mensen vele malen werkelijk alles wat ze bezaten maar het droeg ook bij aan de kracht van de natie. Het water gaf immers vruchtbare grond met een goede opbrengst en een goed ontwikkelde vloot. De maritieme handel maakte dit kleine land tot een van de belangrijkste economische machten van het moderne Europa. Door het Nederlandse vermogen het land droog te leggen, kon het Europese grondgebied van de Nederlanden groeien zonder een noodzaak tot veroveringen. Een perfect voorbeeld is de allerjongste provincie Flevoland (ingesteld op 1 januari 1986), gelegen in de voormalige Zuiderzee. Als gevolg van die drooglegging steeg het grond oppervlak, van Nederland, van 33,6 duizend km² (1960) tot 41,5 duizend km² (1992). 2/5 deel van Nederland bestaat uit polders!

Noordoostpolder

Noordoostpolder

Door de invloed van de Noordzee op Nederland is de geografische en demografische vorm voortdurend in beweging. Zo ontstonden, bijvoorbeeld in de loop van de 13de – 15de eeuw de Waddeneilanden en de Zuiderzee als een gevolg van doorbraken van de Noordzee naar het binnenland

Als het gaat om demografische gegevens – een stijging van de zeespiegel in de 3de eeuw en de herhaalde overstromingen van de kustgebieden dwong de inwoners, de Friezen, om hun land te verlaten zodat alleen de naam Friesland overbleef. Het sluiten van zeegaten dwong de vissersdorpen agrarisch te worden, zoals wordt geïllustreerd door het stadje Veere. Bert Haanstra’s documentaire en de zee was niet meer” (1955) toont het lot van die stad. Bovendien heeft de voortdurende strijd tegen het water het karakter van de Nederlander gevormd, hardwerkend en stug vasthoudend. Het heeft hem geleerd samen te werken. Zonder de medewerking van zijn buren kon immers geen boer zijn land droog houden. Ook nu, is het moeilijk het water te vergeten want in Nederland komt zelfs … Sinterklaasmet een stoomboot!

Mikołaj

 „De stem van het water” , Bert Haanstra

De strijd tegen de overmaat aan water is steeds zo geavanceerd als de technische vaardigheden toelaten. 2500 jaar geleden bouwden de Friezen en de Frisavones (de latere Hollanders) hun dorpen op kMolenVanafDijkunstmatige heuvels. Die traditie heeft de eeuwen overleefd in de vorm van de zogenaamde terpen. We vinden die ook in het Poolse Zulawy waar (16de eeuw) Nederlandse doopsgezinden neerstreken (zie: Nederland in Zulawy). De eerste polders werden gevormd in de 8ste eeuw nbj, en dijken werden gebouwd, vanaf ongeveer het eerste millennium, door die terpen met elkaar te verbinden. De grote sprong voorwaarts van de droogmakerijen werd echter pas, in de 15de eeuw, mogelijk door de uitvinding van de wind-molens (eerste industriële revolutie). Ze werden vooral gebruikt om het water uit de polders in de kanalen te pompen. Dat systeem functioneerde tot in de 19de eeuw (tweede industriële revolutie), toen er ongeveer al zó’n 10.000 wind-molens in gebruik waren. Slechts 1200 ervan hebben het overleefd. Tegenwoordig worden ze vaak gebruikt als accommodatie en zijn ze een prachtige landschapelijke decoratie. Wie kan zich Holland voorstellen zonder windmolens?
Foto: een molen van de dijk af gezien.

In de 20ste eeuw zijn de molens vervangen door computergestuurde pompen. Met hun hulp wordt het water uit de polders overgebracht naar speciale retentie-bekkens en kanalen buiten de polders. Tijdens droge zomers wordt dat water teruggepompt de polders in, een zeer doeltreffende irrigatie van de weilanden, akkers en tuinen. Op dit moment zijn er in Nederland 445 polders. De kleinste heeft een omvang van 1 hectare en de grootste – het oostelijk deel van de nieuwe provincie, Flevoland (Oostelijk Flevoland) – heeft een oppervlakte van 54.000 hectare.

Maar het grootste probleem voor Nederland is de bescherming van haar grondgebied tegen de overstromingen waarvan het land al vele malen de verschrikkelijke gewoda - grobyvolgen heeft ervaren. De laatste grote en ook heel tragische overstroming was op 1 februari 1953, toen de dijken braken en het zoute water zich over afstanden tot 75 km over het land stortte. 1835 mensen en tienduizen-den stuks vee vonden toen de dood. Eeuwenlang hebben de Hollanders geprobeerd hun gebieden te be-schermen met verschillende typen aan dammen en dijken. Er is ook een natuurlijke bescherming van die kust, in het bijzonder van Hoek van Holland (de monding van de Rijn) af, naar de stad Den Helder, waar de vloeiende kustlijn, stranden en duinen kreeg – die laatste werden zo’n 60 m hoog. Omdat de duinen voortdurend door het zeewater worden afgekalfd, moeten speciale schepen regelmatig het zand aanvullen (opgezogen uit de zee op een afstand van 10-20 km uit de kust).
Foto: grafstenen van hen die het leven lieten in de watersnood van 1953.

Een andere oplossing vormen de dijken, die de Nederlanders gedurende zo’n duizend jaar aangelegd hebben, maar die bescherming bleek onvoldoende. Twee verwoestende overstromingen – in de jaren 1916 en 1953 – leidden tot de ambitieuze plannen die het aanzien van Nederland voorgoed veranderden. Dat wordt getoond in de documentaire van Bert Haanstra: De stem van het water”. Als de Nederlanders van plan zijn te blijven wonen in hun kleine land, moeten ze op een grote schaal denken. Het eerste van al die plannen is afgedwongen door de grote overstroming van 1916. Als gevolg daarvan, besloten de Nederlanders de Noordzee buiten te sluiten van de Zuiderzee. Het was geen geheel nieuw plan – het ontstond al vroeg in de tweede helft van de 17de eeuw, maar was toen nog niet mogelijk door de bescheiden technische vaardigheden. Het was ingenieur Cornelis Lely die, in de late 19de eeuw, teruggreep op dat idee. Het project werd uitgevoerd in de jaren 1918 – 1938 door de bouw van een enorme, 32 km lange dam de Afsluitdijk”. Die Afsluitdijk strekt zich uit van den Oever in de provincie Noord-Holland tot Zurich in Friesland. De breedte is 90 m en de hoogte 7,25 m boven zeepeil. Heel praktisch werd er bovenop een autoweg, die Amsterdam met Groningen verbindt (A7/E22), aangelegd. De voorziene spoorbaan is er, door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, nooit gekomen.

Afsluitdijk_2006

Afsluitdijk

Door het afsluiten van de Zuiderzee ontstond het IJsselmeer en verkortte de kustlijn met zo’n 600 km. Bovendien, was het mogelijk drie grote polders te maken: Noord-Oost-polder (48 000 ha), Oostelijke Flevoland (54 000 ha) en Zuidelijk Flevoland (44 000 ha). Zo ontstond de jongste Nederlandse provincie Flevoland. Het ambitieuze plan van de gehele inpoldering van de Zuiderzee werd verlaten, maar in 1976 werd er nog een dam aangelegd – de Markerwaarddijk (voorheen Houtribdijk). Dat laatste restant van het IJsselmeer heet nu het Markermeer.

De catastrofale watersnoodramp van 1953 leidde tot het Deltaplan, uitgaande van het bouwen van een systeem van dammen die de mondingen van Rijn, Maas enDelta Schelde van de Noordzee afsloten. Volgens dit plan werd een stormvloedkering gebouwd in de rivier de Hollandsche IJssel en vervolgens de vier grote zeedammen: die in het Haringvliet, die in het Brouwershavense gat, die in de Oosterschelde en die in het Veerse Gat. De uitvoering van het hele Deltaplan duurde 30 jaar en eindigde in 1986. De prijs was $ 15 miljard. Het laatste grote project was de bescherming tegen het bij vloed terugstromen van de Rijn dat dan Rotterdam zou bedreigen. Vanwege de scheepvaart op de Nieuwe Waterweg was een permanente afsluiting geen optie, dus werd besloten om een reusachtige sluis (afsluitbaar indien nodig) te bouwen. De Mæslantkering (het veruit grootste bewegende hydrotechnische bouwwerk ter wereld) werd geopend in 1997, na een bouwtijd van zes jaar.

Maeslantkering

Mæslantkering

Opmerkelijk is dat, de Nederlanders, bij het ontwerpen van die grote waterwerken nooit de milieubescherming vergaten. Om de verandering van zoutwatermilieus in zoetwater gebieden te voorkomen (en omgekeerd), wordt een voortdurende stroom van zoet en zout water gewaarborgd. Het voortvarend bouwen van al deze waterwerken is echter niet het einde van de strijd om te overleven. Een andere bedreiging, die vandaag een serieuze aandacht krijgt is de opwarming van de aarde, daardoor smelten de ijskappen op de polen, en ontstaat dus een bedreigende stijging van het niveau van het zeewater (voorspeld wordt een stijging van 1,3 m tot het jaar 2100 en 4 m tot 2200.

Oosterschelde

Oosterschelde-Stormvloedkering, peiler aan de Noordzee, foto Raimond Spekking. 

Geschat wordt dat in verband met dit verschijnsel ¼ van Nederlandse kustwerken dan niet langer aan de veiligheidseisen voldoet. Daarom heeft de Nederlandse overheid opnieuw een Delta-commissie ingesteld, die gericht is op het begeleiden van de nieuwe projecten. Ze moet denkend op de lange termijn, vernieuwend rekening houden met de behoeften van de economie, energiezekerheid en milieubescherming. Het is onnodig te zeggen, dat de bescherming van Nederland tegen het water de belastingbetaler veel, ja heel veel, geld kost. Bovendien is het waarborgen van de veiligheid van het land de verantwoordelijkheid van iedereen. Zoals iedereen die in zijn gebied een afvoersloot heeft, ook de plicht heeft er voor te zorgen.

Verdediging tegen vijanden
De praktische Nederlanders zouden geen Hollanders” geweest zijn als ze niet hadden geprobeerd om het water ook te gebruiken voor andere doeleinden dan de scheepvaart of irrigatie. Omdat ze hetLinia wodna mapa in overvloed hadden, konden ze het ook militair gebruiken – overstromingsgebieden – tegen een dreigende vijand. Het water moest dan diep genoeg staan om de opmars van voetvolk te voorkomen, maar ook ondiep genoeg om scheepstransport van de troepen en hun munitie te voorkomen. De eerste keer werd deze methode in de jaren 1573 en 1574 gebruikt tegen de Spaanse troepen die toen Alkmaar en Leiden
belegerden. In de volgende eeuw werd, aan de hand van deze methode en de reeds bestaande waterreservoirs met de sluizen, een heel systeem van vestingwerken gebouwd. Dat was de zogenaamde Oude Hollandse Waterlinie. In 1672, tijdens de 3de  Engels-Nederlandse Oorlog, werd die Hollandse Waterlinie met succes gebruikt, voor het effectief stoppen van de legers van Lodewijk XIV. Hoewel dit systeem niet goed werkte tijdens winterkoude, zoals bleek tijdens de Napoleontische oorlogen, toen het bevroren water het Franse leger doorliet. In de tweede helft van de 19de eeuw werd de Waterlinie uitgebreid en gemoderniseerd tot de zogenaamde Nieuwe Waterlinie.
Op het kaartje: de oude Hollandse Waterlinie.

Interessant is dat ondanks het feit dat het afweersysteem op basis van overstroomde polders de test tijdens de Tweede Wereldoorlog niet doorstond (de Duitse luchtmacht vloog er overheen en bombardeerde Rotterdam), de Nederlandse autoriteiten serieus hebben overwogen een nieuwe waterlinie in te richten als verdediging tegen … het Rode Leger. Volgens dat plan moest het water van de Rijn en van de Waal de IJssel ingestuurd worden en zo een gigantisch zwembad doen ontstaan. Dit plan werd echter verlaten en de meeste bouwwerken van die waterlinie zijn weer gesloopt.

Voor eeuwig altijd water
Zullen we ooit bevrijd zijn van het water?” – vraagt Bert Haanstra zich af in De Stem van het Water” (1966). En onmiddellijk volgt het antwoordt: neen, dat zullen we nooit, we zitten er in tot aan onze oren en we moeten ermee leven vanaf de kindertijd…”. Volgens dit principe leren de Nederlandse kinderen zwemmen als ze nog klein zijn. Er zijn geen excuses!

dziecko w wodzie

  „De stem van het water”

Geen tranen zullen helpen! In Nederland zwemmen” zelfs de koeien, maar alleen op speciale schouwtjes natuurlijk. Niemand is verdrietig wanneer het water in de grachten bevriest. De boten worden vervangen door schaatsen – het is een honderden jaren oude traditie die te zien op vele oude schilderijen. In de winter zit iedereen te wachten tot de temperatuur laag genoeg is om het startsignaal ut geet oan” te horen van die schaatstocht langs de 11 steden – de Elfstedentocht. De route van 200 km loopt over bevroren kanalen, rivieren en meren tussen de elf steden in Friesland.

elfstedentocht

Elfstedentocht – „De stem van het water”

Helaas, als gevolg van opwarming van de aarde, wordt het wel steeds moeilijker deze meest begeerde wedstrijd te houden. De laatste vond plaats in 1997.

Renata Głuszek

Photos: Wikimedia Commons, “De stem van het water” (Bert Haanstra)

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.