Kultury europejskie

 W tłumaczeniu…

Oude Europese talen

Zondvloeden
Waarschijnlijk zijn er (tenminste) twee “zondvloeden” geweest (wellicht één grotere en één kleinere). Meerdere culturen spreken daarover.
Aan de discussies over die zondvloeden: over welke de eerste was en welke zondvloed welke gevolgen had, welke de bijbelse zondvloed was, enz., wordt hier voorbij gegaan. Ze zijn waarschijnlijk en dus een goede verklaring voor de verspreiding van de culturen.

Eerste Zondvloed:
Geologisch, over een langere tijd gezien, is de aarde niet stabiel. Zo beweegt Afrika naar het noorden en duwt, bijvoorbeeld, Italië en Spanje, Europa in. Als gevolg daarvan (het opfrommelen van de aardkorst tussen beide schiereilanden en Europa) ontstaan gebergten als de Alpen en de Pyreneën.

Het opschuiven van Afrika maakte dat de straat van Gibraltar afgesloten geraakte. Het instromen van zeewater uit de Atlantische Oceaan werd daardoor gestopt. Daardoor verdampte er meer water uit de Middelandse zee dan er in kwam (door de rivieren). Het waterpeil van de Middelandse zee daalde daardoor gestaag.

Op een gegeven moment “knikte” het Iberische schiereiland en ging op zeker moment de straat van Gibraltar weer open hetgeen een enorme vloedgolf en dus heel grote overstromingen ten gevolge had. (Die vloedgolf drong bijvoorbeeld ook de Darnanellen, de zee van Marmora en daarna via de Bosporus de Zwarte Zee binnen).

Eerste volken:
Rond het jaar 8.000 v.b.j. zou het Oud-Soemerisch, in de vruchtbare halve maan in het Midden-Oosten, uiteen gegroeid zijn in het Middel-Soemerisch, het Minoïsch op Kreta en het Hattisch in Anatolië (nu Turkije). Door die eerste zondvloed zou de bevolking van de Hattische groep (uit Turkije), in golven, naar het westen gedreven zijn. Zo rond 5.000 v.b.j. hebben stammen ervan de huidige Nederlanden bereikt. Dit is een gedachte die, enigszins onderbouwd, door prof. P. Schrijvers (hoogleraar in Utrecht) is ontwikkeld.

Archeologisch valt op te merken dat de hunebedden in het oosten van Anatolië ver-wantschap vertonen met die op het Iberische schiereiland. De verspreiding van deze bouwwerken van Iberië uit naar het noorden vertoont een geleidelijke overgang in bouw wijzen die vermoedelijk verband houdt met de lokaal beschikbare materialen. Mogelijk is zo de komst van Hunebedbouwers, Standvoet- en Klokbekervolken in o.a. Nederland te verklaren. Hierbij is geen indeling naar talen mogelijk omdat er geen taal van die culturen over gebleven is.

Tweede Zondvloed:
In de Egeïsche Zee lag waarschijnlijk in oude tijden, een gebied dat (later) wel Atlantis werd genoemd. In dat land lagen grote vulkanen. Op een kwade dag explodeerden die vulkanen en veroorzaakten enorme vloedgolven. De omhoog geblazen aarde en lava verduisterde de hemel, veroorzaakte branden en bracht de natuur (dieren sprinkhanen, vogels, enz.) van slag (de Egyptische plagen?). Ook was er zeer waarschijnlijk een overstroming van de Zwarte zee het gevolg. Die sterk wassende Zwarte Zee (ook zouter geworden) dwong de bevolking (in golven) hun woonplaatsen langs de Zwarte Zee te verlaten.

De berg Ararat

Tweede volkeren (de bijbel):
De bijbel spreekt over een zondvloed en de ark waarin Noach met zijn familie de zond-vloed overleefden. Die ark strandde bij de berg Arrat. De familie Noach bestond uit:
* Noach en zijn vrouw Emzara die als koosnaam Na’ama ( = de lieflijke) had.
* Hun oudste zoon Jafet met zijn vrouw Adataneses, hun nageslacht trok naar het noorden en bevolkte Europa en Azië (de Jamieten waaronder de Indo-Europeanen).
* Hun middelste zoon Sem met zijn vrouw Sedeqetelebab, hun nageslacht bevolkte het Midden-Oosten (de Semieten),
* Hun jongste zoon Ham met zijn vrouw  N
æltamauk. Waaruit de Afrikaanse bevolking is voortgekomen (de Hamieten).

Opmerking:
Naast de bijbel vertelt ook het Gilgamesj-epos over de zondvloed(en).

Tweede volken: (de Indo-Europeanen)
Hierbij is (grotendeels) op grond van verwantschap, de indeling naar talen wel mogelijk:

Indo-Europees:
Oostelijke familie:                  Zuidelijke familie:                  Noordelijke familie:
Sanscriet, Persisch, etc.       Grieks, Keltisch, Italisch.      Germaans, Baltisch, Slavisch.

Indo- Europese talen
(Merk op dat: Fins, Ests, Hongaars, Baskisch en Turks er buiten vallen)

Voor noord Europa zijn de noordelijke taalfamilies van belang:

Germaans                                 Baltisch:                               Slavisch:
Oost-Germaans,                        Pruissisch                          Oost-Slavisch,
Noord-Germaans,                        Lets,                                      West-Slavisch,
West-Germaans.                         Litouws.                                 Zuid-Slavisch.

Germaanse talen
Vergelijking van een aantal 
Germaanse talen.

Oost-Germaans
Hiertoe behoorde een aantal culturen die nu allen uitgestorven zijn de:
Bastamen, Bourgondiërs, Goten, Herulen,  Longobarden, Rugiërs, Skiren en Vandalen.
Daar
bij zijn de Goten op hun beurt dan weer uiteen gevallen in de uitgestorven:
Gepiden, Greutingen, Krimgoten, Ostrogoten, Tervingi en de Visigoten.

Opmerking:
Het is traditioneel gebruikelijk ook de Longobarden als Oost-Germanen te beschouwen, maar er zijn ook nieuwere inzichten die hen bij de West-Germanen onderbrengen. Het Westgermaans zou dan door contact en vermenging met het Keltisch in de zuidelijke Alpen tot Longobardisch geworden zijn (dus net zoals het Hoog-Duits in de Noordelijke Alpen ontstond).

Gotisch
Van deze talen
is vooral het Gotisch taalkundig van belang omdat het in geschreven vorm is overgeleverd in de vertaling van het Nieuwe Testament van bisschop Wulfila (Wolfson, Wulfsen). Die bisschop ontwierp hiervoor een eigen letterschrift omdat hij de Heilige Schrift niet in de heidense runen wilde noteren. Zijn broer Cyrillius zou om die zelfde redenen de Oost-Slaven hun (huidige) schrift gegeven hebben. (Mogelijk zijn hierbij de namen van beide broers verwisseld!).

Krimgotisch
Zo rond het jaar 250 arriveerden de Ostrogoten in het zuiden van de Oekraïne en op de Krim. Hoewel hun Germaanse talen al aan het verdwijnen waren, kon een Nederlandse diplomaat (uit Antwerpen) in de 18de eeuw nog een lijst van woorden opstellen die hij, door zijn kennis van het Nederlands, begreep. Zijn naam luidt Ogier Ghiselijn Busbecq. (Hij bracht ook de tulp uit Perzië naar Nederland).

Noord-Germaans
Dit zijn de Skandinavische talen:
 Ålands, Deens, Farœrs, Norn, IJslands en Zweeds.
Hierbij is het Oud-IJslands (van de beide Edda’s, eigenlijk Oud-Noors) taalkundig heel belangrijk, want de beide Edda’s zijnn de oudst bekende overgeleverde geschreven Noord-Germaanse teksten.

West-Germaans
Hiertoe rekent men het:
Afrikaans, Diets, Engels, Fries, Hoogduits, Jiddisch, Neder-duits, Nederlands, Schots en het Surinaams.

Het Diets was de taal (aaneengesloten dialecten) die langs de kust van Noord-Frankrijk tot Danzig werd gesproken. Het viel uiteen in het:
Hoog-Duits, Laag-Duits, Jiddisch en Middel-Nederlands.

Het Afrikaans (in zuid Afrika) het huidige Nederlands, en ook het Surinaams (in zuid Amerika) ontwikkelden zich uit het Middel-Nederlands.

De Nieuw-Nederlandse taal ontstond  door de Bijbelvertaling van de Dordtse Synode. Die vertaling in opdracht van en betaald door de Staten (parlement) van Holland werd uitgewerkt door de universiteit van Leiden (kwam gereed in 1637). Zo ontstond toen het standaard Nederlands.

Nederlands
Voor de Nederlanden, dus voor alle provincies, geldt dat de katholieke monniken tijdens het kerstenen van het gebied vrijwel alle geschreven “heidense” informatie “gewist” hebben. Alleen op een paar grafgiften (helmen, zwaarden en ook schilden) hebben wat woorden (in runenschrift) overleefd en zo de moderne tijd bereikt. Het oudst bekende West-Germaanse (de moedertaal van zowel het Fries als van het Nederlands) woordje is “wad”. Het is gebruikt in een brief die een Griekse handelaar (Pytheas van Massalia), op zoek naar de herkomst van barnsteen (op het eiland Abalus = Ameland?) schreef. De taalkundige Nicoline van der Sijs dateert die tekst, in het: “van Dale, Chronologisch woordenboek”,  op ca. 500 vbj., maar de historicus Geert Mak, denkt aan ca. 325 vbj., in “Ooggetuigen van de vaderlandse geschiedenis”.

Rond het jaar 200 vbj. hebben de Germaanse volken in Noord-west Europa nog zeer verwante culturen maar beginnen, in de huidige Nederlanden, onder eigen namen (als: Bataven, Caninefaten, Chatten, Friezen, Tubanten, Saksen, enz. die de een wat eerder de ander wat later, de geschiedenis binnen te wandelen. Zij vormden hun eigen staten (de provinciën) die zich weer later stap voor stap verenigden (de “Nederlanden” werden “Nederland”). Het is uit die culturele smeltkroes dat “met bloed, zweet en tranen” ook het Nederlands ontstond. Uit hun oude streektalen is het huidige Nederlands (dankzij de bijbelvertaling van de synode in Dordrecht!) gegroeid. De calvinisten gingen wat later ook in die standaard taal hun psalmen (in wat nu de befaamde “oude berijming van 1772” heet) zingen. Uit die taal ontstonden naast het Nederlands ook de talen in de “overzeese” gebieden. Hiervan overleefden alleen het Afrikaans en het Surinaams.

De talen
Het Engelse “Dutch” stamt van het oudere Nederlandse Diets. Het betekende “volks” en werd gebruikt om het “Nederlands” te onderscheiden van het (kerkelijke) Latijn. Ook in het noorden van Duitsland werd die taal (het was eigenlijk nog een verzameling van dialecten) gesproken. Het was, bijvoorbeeld, ook de taal van de Hanze.
Door de invloed van Kelten, die in zuid Duitsland en de Alpen woonden, is het “Diets” daar veranderd in “Deutsch” (Duitse klankverschuiving!). Zo ontstond er naast “Neder-Diets” (uit de lage landen langs de Duitse en Nederlandse kusten) het “Hoog-Diets” (in de bergen).
Luther schreef zijn bijbelvertaling in dat Hoog-Diets dus werd dat de Duitse standaard taal. Het overgangsgebied tussen beide talen, in Duitsland, ligt tussen de Bernrather linië in het noorden  linië en de Speyerer Linië in het zuiden.

Het Diets werd tot “Nieuw”-Nederlands gestandaardiseerd door de fameuze Bijbel-vertaling (Statenbijbel) van de synode in Dordrecht. Uit dat standaard Nederlands zijn naast het huige Nederlands dus ook het Afrikaans en het Surinaams voortgekomen.

De Nederlandse woordenschat is redelijk gedocumenteerd (Het is beschreven in de grootste woordenboeken ter wereld!). Naast Nederland zijn Vlaanderen en Suriname lid van de Nederlandse taalunie. Alleen het Afrikaans (een taal in Zuid-Afrika en Namibië) is (nog?) geen lid van die unie.

Een Nederlands raster:
Oude stambomen gaan over mannen en dan met name langs de lijn van de oudste overlevende zoon in de erfopvolging. De kindersterfte was hoog en ook de leertijd (b.v. tot na de ridderslag) was niet zo gezond. Het aantal generaties per eeuw was dus laag, meestal slechts drie. Heel sterk versimpelt ontstaat zo een beeld van “leertijd” tot ca. 33 jaar, “werktijd” tot 66 jaar en daarna de ouderdom. Doordat ouders weinig tijd hadden, (er moesten drie generaties gevoed worden)  lag, in oude tijden, de opvoeding in hoge mate bij de grootouders. Die overdracht van kennis en kunde betekende dat zaken als taal en cultuur maar weinig konden veranderden in één eeuw. Daarom dient gekozen te worden voor tijdvakken van meerdere eeuwen.

Piketpaaltjes:
Dat raster moet dan gekoppeld worden aan de feitelijke geschiedenis. Grote gebeurte-nissen zijn daartoe belangrijk. Dus is gekozen voor de komst van de Germanen (450 vbj), de komst van de Romeinen (50 vbj), de val van het Romeinse rijk (350), het einde van de Frankische tijd (750), het einde van de Hollandse gravendynastie (1150), het begin van de 80-jarige vrijheidsoorlog (1550) en het einde van de Tweede Wereldoorlog (1950).

De jaartallen zijn hierbij slechts bij benadering gehanteerd! Het gaat er immers om perioden van ontwikkelingen te bepalen. Deze globale indeling is niet bedoeld om het verstand te vervangen maar om het heugen globaal te steunen! De indeling kan er dus als volgt uit zien:

Tijdschema (piketpaaltjes):
    I. voor 450 vbj. proto-Germaans,                  II.  450 vbj – 50 vbj. Oud Germaans,

  III. 50 vbj – 350  West-germaans,                  IV.  350 – 0750  Oud Neder-Frankisch,
  V. 0750 – 1150  Oud Nederlands,                  VI. 1150 – 1550  Middel Nederlands,
VII. 1550 – 1950  Nieuw Nederlands,              IIX. na 1950  Modern Nederlands.
(Binnen het Oud Nederlands onderscheidt men wel West- en Oost Neder-Frankisch).

De tijdvakken (het raster):
   I.  Voorhistorische tijd: De Indo-Europese culturen groeien uiteen,
  II.  Oude tijd: De Germanen in west Europa vermengen zich met de oudere volken,
 III.  Romeinse tijd: De Germaanse stammen onder Romeinse invloeden,
IV.  Frankische tijd: De expansie van de West Germanen,
 V.  Vroege middeleeuwen: De stamverbanden groeien samen tot naties,
VI.  Late middeleeuwen: De naties groeien samen tot staten,
VII. Nieuwe tijd: De talen en culturen definiëren zich, Franse invloeden komen en gaan,
IIX. Moderne tijd: Sterke anglo-amerikaanse invloeden.

Fries
Het Oera Lindabok pretendeerd oud-Fries te zijn maar werd waarschijnlijk geschreven door een dichter ook predikant was: François Haverschmidt ook wel geschreven als Frans HaverSchmidt (Leeuwaren, 14 februari 1835 –  Schiedam 19 januari 1894).
Het boek is dus een (knappe) falsificatie!

http://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/7/75/Manuscript_Thet_Oera_Linda_Bok%2C_pagina_48.jpg

Duits
In Duitsland vond een soortgelijke ontwikkeling, als in Nederland, in stappen plaats met één verschil. In de Alpen raakten de Germanen vermengd met de Kelten. Die Kelten (hoog in de bergen) hadden lang naast hun Keltische taal het Latein van hun meesters gebruikt. Die invloed werkte door op het Westgermaans van de binnen trekkende Germanen. Hierdoor werd hun woordenschat uitgebreid en ging de structuur van hun taal verschillen van die van de andere Westgermaanse talen. Waar, bijvoordbeeld, het Duits de woordgeslachten en de naamvallen koesterde stierven die in de andere West-germaanse talen juist uit.

Hoog in de Bergen sprak men dus Hoogduits maar laag langs de kusten bleef men Nederduits spreken. Ongeveer van Danzig loopt een wat kromme lijn (eigenlijk een overgangszône) naar België (ten zuiden van Maastricht) die de Bernrhater Linie heet. Ten noorden daarvan sprak men Nederduits, ten zuiden ervan Hoogduits. Doordat Maarten Luther zijn bekende bijbelvertaling in het Hoogduits schreef werd dat de Duitse standaardtaal. Doordat het Hoogduits het Nederduits geleidelijk verdrong groeiden het standaard Nederlands en het standaard Duits geleidelijk uiteen.

Engels
In het Verenigd Koninkrijk hebben de binnentrekkende Germanen (Friezen, Angelen en Saksen) de Keltische talen naar het oosten verdrongen zodat het gebied van de “Dane Law” ontstond met ten noordoosten ervan het Schots, ten zuiden ervan het Manx op het eiland Man, het Welsh in het westen en het (nu uitgestorven) Cornish in het zuid-westen. Het Engels was dus de overgangstaal met de overblijvende Keltische resttalen.
 
Germaanse talen in Groot-Britanië

Verdwenen talen (in noord Europa)

Diets of Laagduits
De bekendste is waarschijnlijk de taal van de Hanze die vaak Diets genoemd werd. Het bestond uit een aantal nauw verwante dialecten. Minder bekend is het “verloren Diets”, de taal die de Mennonieten uit de Nederlanden hadden meegebracht naar de streek Zulawy in Polen.
(lees: Voetsporen der Dopersen en Nederland in Zulawy).

Wymysöryś (Pools: język wilamowski)
Dit is een West-Germaanse taal die nog gesproken wordt (werd?) in en rond het stadje Wilamowice (Wymysau, Wymysoj in het Wymysöryś) op de grens van de provinces Klein-Polen en Silezië in Polen. Het Wymysöryś heeft nog wat trekjes van het Duits, het Nederlands, het Fries en het Pools.  In 2010 waren er nog slechts zo’n 50 sprekers die allen ouder waren dan 80 jaar. De verwantschap blijkt al bij een vergelijking van een aantal woorden:

Wymysöryś      Duits                Nederlands      Fries                Engels
ałan                  allein                alleen              allinne              alone

ana, an             und                  en                    en                    and
bryk                  Brücke             brug                 brêge               bridge
duł                    dumm              dom                 dom                 dull
fuylgia              hören               horen/volgen   heare/folje        to hear/to follow
ganc                 ganz                gans                gâns                 entirely
gyrycht             Gericht            gerecht            gerjocht            court
dyr/hymół         Himmel            hemel              himel                heaven
muter               Mutter              moeder            mem                mother
myttółt             Mittel                middel              middel             middle
nimanda          niemand          niemand           nimmen           no-one
ny                    nein                 neen                 nee                  no
ödum              Atem                adem                asem               breath (oud-Engels: ǽðm)
öwyt                Abend              avond               jûn                   evening
śraeiwa           schreiben         schrijven          skriuve             to write
syster              Schwester       zuster               suster               sister
śtaen               Stein               steen                stien                 stone
trynkia             trinken             drinken            drinke                to drink
welt                 Welt                 wereld             wrâld                 world
wynter             Winter              winter              winter               winter
zyłwer             Silber               zilver                sulver               silver
zyjwa              sieben              zeven              sân                   seven

                                          Wiegeliedje

Wymysöryś                                     Nederlands
Śłöf duy buwła fest!                         Slaap, jij jongen, vast!
Skumma frimdy gest,                      Er komt een vreemde gast,
Skumma muma ana fettyn,             Er komen tantes en ooms,
Z’ brennia nysła ana epułn,             Ze brengen noten en appelen,
Śłöf duy Jasiu fest!                         Slaap, mijn Jantje, vast!

De melodie zou Slaap kindje slaap zijn.

?Diets in en rond Danzig (Danswijk in het Nederlands) en in Mazurië?

Oost-Germaans
In die zelfde periode zijn de Oost-Germaanse talen uitgestorven, geleidelijk werden ze verdrongen door de talen van de binnentrekkende Slavische volken. Een taalrest die (gedeeltelijk) is bewaard gebleven is een bijbelvertaling, nu het “Argentum Scriptum” genoemd. De taal waarin het geschreven werd, wordt nu oud-Gothisch genoemd. De schrijver “Wolfula” (Wulfsen, 311? – 382 of 383) wilde de heilige tekst waarschijnlijk niet in de runen (de “heidense” letters) opschrijven en heeft er een eigen letterschrift voor ontworpen (niet te verwarren met het oude Duitse letterschrift dat nu ook wel Gotisch genoemd wordt). Deze bijbelvertaling, die heel vermoedelijk ooit als oorlogsbuit door de Zweden uit Polen is meegenomen, wordt nu bewaard in de universiteitsbibliotheek in Upsala. Het bekenst eruit is het “Onze Vader”.
Het verdwijnen van het Oost-Germaans (als streek-talen) is overigens verrassend traag verlopen. Zo’n 1.000 jaar later maakte een Nederlandse diplomaat nog een lijst van de woorden die hij begreep uit de streektalen op de Krim. Die taalrest wordt nu het Krim-gothisch genoemd.

Overzicht schrijvers:
Nederlandse schrijvers wiki (nl). Dutch writers wiki (eng).

Noord-Germaans

Germaans in de eerste eeuw nbj.

Slavische talen

Oost-Slavisch:                                West-Slavisch:                                Zuid-Slavisch:

Baltische talen

Oost-Baltisch:                                   West-Baltisch:                                 Zuid-Baltisch:
Letgaals                                            Galindisch
Lets                                                   Oud-Pruissisch
Litouws                                             Sudovisch (of Jatvingisch)
Nieuw-Koers                                     Oud-Koers
Samogitisch
Semgaals

Pruisisch, Koerlands, Lets, Litouws, Lijflands,

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *