19de eeuw

1.  Onder Franse invloed
De Franse Revolutie (1789) en de rechtsstaat van Napoleon Bonaparte (1799 – 1813) hadden grote invloed op de toekomst van de Noordelijke Nederlanden. Aanvankelijk hebben Nederlanders geprobeerd om revolutionaire veranderingen met de hulp van Frankrijk zelf vast te stellen. Maar Nederland raakte in een steeds sterker toenemende afhankelijkheid van het Napoleontische keizerrijk. Tenslotte werd het geannexeerd door Napoleon Bonaparte.

1.1 De Bataafse Republiek (1795 – 1806)
1798bataafscherepubliekIn januari 1795 bezette het Franse revolutionaire leger de Noordelijke Nederlanden, dit leidde op 19 januari 1795 tot de afkondiging van een nieuwe staat – de Bataafse Republiek. De ideeën van de Franse Revolutie waren wel overgenomen, maar het invoeren van een nieuw politiek systeem vereiste een lange en taaie strijd. Drie maal leidde die reorganisatie zelfs tot een staatsgreep (tweemaal in 1798 en eenmaal in 1801). De democratische ideeën (macht aan het volk) botsten met de monarchistische ideeën (de macht aan het Huis van Oranje), de radicale ideeën botsten met de conservatieve en de unionisten streden met federalisten. Dit was echter geen bloedige strijd
.
Op het kaartje: de Bataafse Republiek, 1798.

Kort na de komst van de Franse troepen werd de Staten-GeneraalNationale_vergadering_1796 vervangen door de Voorlopige Vertegenwoordiging van het Volk van Nederland”, werd het bestuur van de stadhouder afgeschaft en de mensen- en burgerrechten werden voor iedereen ingevoerd. De (1798 ingesteld) opgerichte Nationale Assemblee nam de grondwet aan. De meest belangrijke veranderingen die werden ingevoerd waren als volgt: de uitvoerende macht kwam in handen van het directoraat (de bestuurders); een nieuwe bestuurlijke indeling met indirecte verkiezingen en de pro-Oranje lobbyisten verloren hun stemrecht. In 1801 werd de nieuwe, wat conservatievere grondwet opgesteld met een nieuw bestuursorgaan (de Raad van State), dat geen recht van wetgevend initiatief had. Ook werden alle anti-Oranje sancties weer afgeschaft.
Afbeelding: Nationale Assamblee, 1796.

Wilhelm V gaf niet het op en probeerde in 1799 de macht te herwinnen met de militaire hulp van Engeland. Hij kwam naar de Bataafse Republiek, maar de bevolking kwam niet in opstand, zodat hij zijn doel niet bereikte.

Engelsen_Russen_1799

Engelse en Russische troepen trekken de Nederlanden binnen, 1799

Sommige kolonies stemden voor hem maar andere kozen de kant van de Republiek. Groot-Brittannië bleef geen passieve toekijker van de gebeurtenissen en in september 1795 verklaarde het de oorlog aan nieuwe staat. Daarna veroverde het de Nederlandse koloniën. Dit probleem werd opgelost bij de vrede van Amiens (1802), volgens welke Engeland Ceylon en een deel van de koloniën op het westelijk halfrond niet behoefde terug te geven.

De internationale situatie was een ernstig probleem voor de Bataafse Republiek, die wanhopig probeerde om neutraal te blijven en het ondersteunen van Napoleon in zijn oorlogen met Engeland te voorkomen (die waren tegen de belangen van de Republiek). De keizer vond dat natuurlijSchimmelpenninckk niet leuk en in 1805  dwong hij de Grootpensionaris Rutger Jan Schimmelpenninck onder de dreiging de staat op te nemen in Frankrijk, de dictoriale macht aan te nemen. Hij kende hem goed uit de jaren van zijn ambassadeurschap in Frankrijk. Ironisch genoeg bleek dit juist goed te zijn voor de Republiek, want Schimmelpenninck voerde gunstige hervormingen in. Zijn heerschappij duurde echter niet lang, want hij wilde niet ondergeschikt zijn  aan Napoleon en het, voor de republiek, rampzalige beleid. In deze situatie besloot Bonaparte de lastige functionaris te verwijderen en de Republiek om te zetten in een satelliet koninkrijk met zijn broer Louis op de troon. Dat geschiedde op 5 juni 1806, op die datum eindigde de Bataafse republiek! Afbeelding: Rutger Jan Schimmelpenninck.

Ondanks de heel korte duur van haar bestaan is het belang van deze republiek voor Nederland groot. Door het overwinnen van de federalistische krachten werd eindelijk een eenheid van staat mogelijk en de hervormingen van Schimmelpenninck voorzagen eindelijk in de structuur voor een moderne Nederlandse staat. De herinneringen aan de democratische traditie beïnvloedden het democratische bestuur, dat in 1848 werd ingevoerd, in de nieuwe monarchie. Het was de eerste keer, na de Bataafse tijd, dat de overheid begon te besturen. Het is nu met enige trots dat de Nederlanders aan deze periode van hun geschiedenis terug denken. De Nederlanden” waren Nederland” geworden!

1.2 Het Koninkrijk Holland (1806 – 1810)
Louis Bonaparte begon op 22 juni 1806 te regeren in het Koninkrijk Holland – dat was de naam van de nieuwe staat, met een grote afstandelijke onverschilligheid van de Nederlanders. Pas na de dood van Willem V gaven veel voorstandersLouisBonaparte_Holland van de Oranje dynastie en monarchisme hem aarzelend hun steun. Lodewijk zelf stelde Napoleon teleur, vooral omdat hij een grote loyaliteit aan zijn koninkrijk toonde, waar hij inderdaad een grote genegenheid voor koesterde. De uiteenlopende belangen van het Franse Keizerrijk en het Koninkrijk Holland waren erg heftig. Bonaparte behandelde de nieuwe staat vooral als hulpmiddel in zijn oorlog tegen Engeland – het moest een bron van geld, van soldaten en een supporter van zijn beleid zijn. In deze periode begon de keizer een continentale blokkade tegen het Verenigd Koninkrijk. Dat was in flagrante tegenstelling met de wensen en belangen van het Koninkrijk Holland. Louis verzette zich tegen deze eisen en in het bijzonder tegen de enorme staatsschuld. Hij liet, oogluikend, de schendingen van de continentale blokkade toe. Nadat Engeland in 1809  korte tijd Zeeland bezette vond Napoleon het nodig om het koninkrijk op te heffen en het in te lijven bij het Franse keizerrijk. In 1810 begonnen Franse troepen de bezetting en deed Louis afstand van de troon ten gunste van zijn zoon, die echter nooit regeerde.
Afbeelding: koning Lodewijk Bonaparte.

Herinneringen aan Louis zijn de nog steeds bestaande Academie voor de Beeldende Kunsten, de Academie voor Wetenschappen en de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag.

Trippenhuis

Het Trippenhuis – Koninklijk Akademie van Wetenschappen in Amsterdam

1.3  Franse provincie”
Frankrijk begon op 13 juli 1810 met de bezetting van Nederland. De macht werd namens Napoleon uitgeoefend door een gouverneur-generaal. Ook deze keer waren de Nederlanders passief tegenover de veranderingen die plaatsvonden in hun land. Ze hoopten op voordelen uit de unie met Frankrijk. Helaas kwam deze hoop van de kooplieden niet uit doordat de Fransen hun handel met de Duitsers en de Belgen belemmerden. Dat resulteerde in een groeiende grief tegen Napoleon (verdiept door zijn eisen voor het leveren van meer en meer soldatLanding Willem Ien) en het ontwaken van een, nu nationaal, bewustzijn. Tegen het einde van de heerschappij van Bonaparte vonden er zelfs anti-Franse rellen plaats, meestal op gang gebracht door de onderste lagen van de samenleving die het meest leden van de opgelegde militaire dienstplicht. Hierdoor nam geleidelijk de populariteit van Wilhelm VI, zoon van Wilhelm V, weer toe. Na de nederlaag van Napoleon bij Leipzig in 1813 veroorzaakten aanhangers van het Huis van Oranje het uitbreken van een anti-Franse opstand in Den Haag (17 november 1813) en werd prins Wilhelm VI naar Nederland gevraagd om soeverein vorst Wilhelm I te worden. De Orangisten verwezen naar de wil van het volk. Wilhelm I weigerde niet en kwam, met behulp van de Engelsen, op 30 november 1813, naar Nederland. Afbeelding: De landing van de toekomstige koning  Willem I in Scheveningen, 30 November 1813.

Een recapitulatie van de Franse tijd is tweeledig. Het meest positieve effect was de modernisering van de staat door de invoering van een efficiënte administratie, een verbeterd belastingstelsel, een onafhankelijke rechterlijke macht en het overwinnen van het separatisme van de provincies. Economische effecten waren echter heel erg. Na de val van Napoleon stond Noord Nederland aan de rand van een economische ramp – de visserij, de industrie en de maritieme handel waren ingestort. Ter vergelijking, het aantal schepen in Amsterdam in 1805 was 2394, in 1811 – 0. De beurs en de banken functioneerde echter vrij snel weer behoorlijk. Alle pogingen de idealen van de Franse Revolutie in de koloniën in te voeren mislukten deerlijk. Onafhankelijk van de situatie in Nederland, bleef daar de oude orde in stand.

 2. Verenigd Koninkrijk der Nederlanden (1815 – 1830)
Na de komst van Willem VI, na 2 december 1813 als Willem I een soevereiWillem_I_in_kroningsmanteln vorst, moest Nederland twee fundamentele problemen oplossen: het vormen van de politieke organisatie van de nieuwe staat en haar grenzen. Bij het eerste probleem brak, als gebruikelijk een verhit geschil uit maar uiteindelijk won de idee van een sterke erfelijke macht voor de vorst. De Grondwet van 28 maart 1814 gaf hem het recht tot de benoeming van de ministers met een sterke vermindering van de wetgevende bevoegdheden van de Staten-Generaal, die werd beroofd van het recht van wetgevend initiatief. Willem I kreeg ook nog de controle over de koloniën. (Over andere heersers van het Huis van Oranje is te lezen in:
Het Huis van Oranje.) Afbeelding:  Willem I in zijn kroningsmantel.

Interessante opmerking:
De dochter van Willem I, de prinses Marianne van Oranje, is op een of andere manier verbonden met Polen omdat ze bezittingen erfde in Neder-Silezië en er in Kamenz een mooi paleis bouwde (Zabkowice Sl). Ze was een goede geest voor dat land. Meer over haar in: Een dame uit Nederland.

Waar het de grenzen betreft was er de gedachte de beide delen van de Nederlanden te herenigen en zo een sterke staat op te richten die een tegenwicht tegen Frankrijk zou vormen. Dit idee werd gretig gesteund door Engeland (voor dit doel verliet Groot-Brittannië zelfs alle in beslag genomen koloniën behalve Ceylon en Zuid-Afrika). Oostenrijk liet haar rechten op de Zuidelijke Nederlanden vallen in ruil voor het terug krijgen van haar gebieden in Italië. De nieuwe staat omvatte nu ook Luxemburg als een vergoeding aan de Oranjes voor hun verloren Duitse bezittingen.

1815-VerenigdKoninkrijkNederlanden_svg

Verenigd Koninkrijk der Nederlanden

Het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden werd officieel uitgeroepen op 23 mei 1815. De nieuwe grondwet maakte de koning tot absolute heerser – de eerste en laatste keer in de geschiedenis van de Nederlanden! Het parlement (invloed van de Belgen) had al twee kamers, maar de Eerste Kamer (benoemd door de koning!) kon alleen maar de koninklijke besluiten goedkeuren. De verschillen en de vijandigheden tuWedding_of_The_Netherlands_and_Belgiumssen de katholieke Belgen en de praktische Nederlanders waren te groot om dit Verenigd Koninkrijk te kunnen laten overleven, na slechts 15 jaar kwam het al tot een finale breuk. Redenen hiervoor zijn: wederzijdse afkeer op religieuze gronden (de katholieken in het zuiden beschouwden de noorde-lingen als ketters, protestanten uit het noorden verfoeiden daarom de zuidelijke katholieken) dus groeide wantrouwen en minachting voor de armere Belgen bij de veel rijkere Nederlanders Ook verschilden hun historische ervaringen, hun opleidingsniveau en dus waren er flagrante verschillen bij het vervullen van bestuursfuncties (de Nederlanders kregen die dus bijna allemaal) en de verplichting voor de Belgen om de enorme overheidsschuld van Noord-Nederland mede af te lossen.
Vooral het religieuze aspect speelde een heel belangrijke rol  – De Belgische katholieke geestelijkheid stond heel vijandig tegenover het Huis van Oranje. Nog sterker, de Nederlanders waren voorstander van openbaar onderwijs, terwijl de Belgen het liever in handen van de katholieke kerk zagen. In de economische sfeer waren er ook andere tradities – de Nederlanders wilden het liberalisme, terwijl de Belgen voor protectionisme waren. Bij deze vooroordelen kwam nog de onhandige politiek van Wilhelm I, die het Nederlands te snel ook in België als officiële taal wilde invoeren.
 Afbeelding: Het huwelijk van de Nederlanden met België, het lachertje van de eeuw.

Al deze conflicten leidden tot het uitbreken van de anti-Nederlandse opstand in België (25 augustus 1830) en het uitroepen van de zelfstandigheid van België (10 december, 1830) (de Nederlandse militaire interventie mislukte in 1831). Daarna vormde Noord-Nederland samen met Luxemburg het Koninkrijk der Nederlanden.

Belgian_revolution

Episode uit de September dagen van 1830, op de Place de l’Hôtel de Ville in Brussel, Egide Charles Wappers

Een definitieve overeenkomst tussen de twee landen werd ondertekend in 1839 en hoewel de voorwaarden voor geen der partijen bevredigend waren, normaliseerde de relatie tussen beide nieuwe staten geleidelijk. Een discussie was een smalle, enkele kilometers brede strook land in de buurt van Maastricht, die in het bezit van Nederland bleef. Luxemburg bleef bij Nederland op basis van een personele unie, beëindigd in 1898, door de troonsbestijging door Wilhelmina omdat de oude (Salische-Frankische!) Luxemburgse wet de opvolging door een vrouw verbood).

Na het mislukken van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden werd de absolute macht van koning Wilhelm I beperkt. Daarom trad de ontevreden koning in 1840 af. Tijdens deze periode werd de provincie Holland opgedeeld  in de provincies Zuid- en Noord-Holland. De economische situatie in het nieuwe Nederland was in die tijd erg moeilijk. De bestaande regeling van het handelsverkeer (de tussenhandel, waaraan Nederland meestal goed verdiende) stortte in en de benodigde grondstoffen  voor de groeiende industrie, zoals kolen, ijzer en katoen bezat Nederland immers niet. De concurrentie met Engeland en nu ook België was zeer aanzienlijk toegenomen (de heropening van de Schelde maakte Antwerpen immers weer tot een vrije haven!). De industrie raakte achterop – de eerste stoompomp kwam er pas in 1827 in gebruik.

willem_koekkoek__a_dutch_street

Hollandse straat, jaren ’30 in de 19de eeuw, Willem Koekkoek

3. Constitutionele monarchie
Na de troonsafstand van Wilhelm I begon het Koninkrijk der Nederland opnieuw na te denken over de constitutionele kwesties. Het werd geëist door de bourgeoisie, die meer invloed wilde en door de samenleving die een afkeer had van het absolute bewindLeiden_boys_HBS van Wilhelm I. Die geschillen (over een nieuwe grondwet) duurden tot 1848, toen – onder invloed van de Lente der Naties” – de nieuwe grondwet wel werd aangenomen. Die verminderde de persoonlijke macht van de koning aanzienlijk en breidde de macht van het parlement, dat uit twee kamers bestaat, navenant uit. Sinds 1848 wordt de Eerste Kamer weer gekozen door de Provinciale Staten. Er werd ook werd besloten dat het onderwijs de eerste verantwoordelijkheid van de staat is. Deze regeling veroorzaakte
gedurende 70 jaar de diepe en schier onoverbrugbare kloof in de Nederlanden.
AfbeeldingHogere Burgerschool (HBS) voor jongens in Leiden, 19de eeuw.

De nieuwe grondwet droegorgan partii socjal-demokrat de macht over aan de rijke burgerij, dat werd bevorderd door een hoge drempel bij het stemrecht en ook een zeer sterke versnippering van de politieke partijen. Net als in de rest van Europa, begonnen er zich nu ook in Nederland politieke partijen te vormen, maar de grote verschillen in de Nederlandse samenleving, op grond van met name godsdiensten betekende dat er een voortdurend verdeeldheid en wazige geschillen tussen de verschillende fracties waren. Het leidde tot een populair gezegde: dat als twee Nederlanders elkaar ontmoeten; vormen ze een paar, als drie elkaar ontmoeten vormen ze een kerk maar vier starten een discussie. Zo ontstond de moderne fragmentatie van de partijen (in het huidige Nederland zijn er ongeveer 100!).
Afbeelding: omslag van het partijblad van de Democratisch Socialistische Partij.

In de internationale arena begon het Koninkrijk der Nederland eeLuksemburg_1868n politieke neutraliteit na te streven, maar in twee gevallen, riep dit beleid twijfels op. Het eerste geval was Luxemburg waarop zowel Frankrijk als Duitsland aanspraak maakten. Het hertogdom werd aan Nederland overgedragen, maar in 1898, toen  Wilhelmina op de troon kwam werd Luxemburg zelfstandig. Afbeelding: Luxemburg stad in 1868.

Het tweede geval waren de zogenaamde Boeren-oorlogen. Door de lange relatie tussen Nederland en Zuid-Afrika was het verleidelijk om betrokken te raken in dat conflict. Politiek realisme behield echter de overhand, omdat betrokkenheid zou leiden tot een conflict met Engeland (anti-boeren) of Duitsland (pro-boeren). Handhaving van de neutraliteit was niet gemakkelijk door de groeiende ambities van het keizerlijke Duitsland, vooral na de eenwording met Pruisen. Maar deze keuze voerde er ook toe dat Nederland zich juridisch specialiseerde in wetgeving tot het op een vreedzame wijze oplossen van internationale conflicten, voor respect voor de menselijke waarden en voor de ontwapening. Dit dan op vreedzame wijze. Het is dus niet toevallig dat de eerste vredesconferenties (1899, 1907) in den Haag werden gehouden. (Resulterend in het aanvaarden van de zogenaamde Haagse verdragen). Voor het onderhouden van deze overeenkomsten was de oprichting van het Permanente Arbitrage Hof nodig (het Vredespaleis” in den Haag) dat nog steeds functioneert!

Peace_Palace_Haga

Vredespaleis, den Haag

3.1 De economische- en de sociale situatie
In de tweede helft van de 19de eeuw, moest het economisch sterk verzwakte Nederland een uitweg uit de crisis en staatshervormingen vinden. Een deel van de oplossing was een nieuw systeem van belastingheffing via de agrarische productie in Nederlands-Indië, het zogenaamde Cultuurstelsel”, in die zin dat de mensen  1/5 van hun land moesten gebruiken voor de teelt van door Nederlands-Indische regering opgelegde gewassen en de landlozen” moesten 1/5 van het jaar op die plantages werken. Dit systeem (een belasting van 20% voor iedereen) bleek effectief te zijn en de opbrengst van de handel in suiker en koffie steeg aanmerkelijk.
Lees ook: Nederlands Oost-Indië.

cultuursteelsel

Cultuurstelsel, Java

Ook ontstonden er positieve effecten door de vergroting van de vrijheid van handel en door de opening van het Suezkanaal, dat de zeeweg naar Nederlands Indië aanzienlijk verkortte. Door deze veranderingen volgde er een instroom van particulier kapitaal naar de kolonie, wat op haar beurt bijdroeg aan de opleving van de economie in Nederland. Nederland begon weer met nieuwe technologieën, de aanleg van nieuwe waterwegen, spoorwegen en havens.

Rotterdam Maas

Maas Station in Rotterdam, gebouwd in 1876 en verwoest in 1940.

De groei van de economie in die tijd werd verder ook bevorderd door de heel goede economische samenwerking met het Duitse Rijk. Dit betekende echter niet dat alle armoede helemaal verdween, met name niet in de landelijke gebieden, zoals op de vroege schilderijen van Vincent van Gogh is te zien. Maar aan het einde van de 19de eeuw begon ook de situatie daar te verbeteren.

Een belangrijk strijdpunt in het sociale leven in het Koninkrijk der Nederlandn in de 19de eeuw was opnieuw weer de religie, die tot een diepe verdeeldheid in de samenleving met name die tussen de protestanten en katholieken leidde. De laatste jaren waren onderling discriminerend en zelfs vijandig. Na de Franse tijd was het toegestaan om de katholieke hiërarchie te herstellen en kregen de katholieken hun burgerrechten terug. Daarna maakten zij zich bijzonder sterk voor de overname van de scholen door kerken, daarbij bovendien sterk gesteund door de protestanten. In het onderwijs resulteerde dit tot het fenomeen van religieuze apartheid (de scheiding van kinderen van verschillende godsdiensten). Dus ook deWesterkerk 2 samenleving werd sterk beïnvloed door deze formele scheiding waar in de vorm van de zogenaamde zuilen” – een soort verticale structuren groeiden, waarin heel diverse groepen mensen (met diverse achtergronden) en klassen zich verenigden op grond van hun religie. Dit kwam doordat nu de katholieke geestelijkheid („identiteits emancipatie”) grote invloed verwierf in de verschillende organisaties als: beroepsgroepen, professionele- en sociale organisaties, de sporten, enz.). In vergelijking met de rest van Europa was het een nogal vreemd verschijnsel, maar het bleef bestaan tot in het midden van de 20ste eeuw. Het geschil over het onderwijssysteem duurde tot aan de Eerste Wereldoorlog. Maar openbaar onderwijs begon haar vruchten af te leveren en reeds in 1870 volgden 75% van alle kinderen in de leeftijden tussen 5 en 15 jaar voltijds onderwijs.
Afbeelding: de protestante Westerkerk in Amsterdam.