Moresnet

Waarschijnlijk kennen slechts weinigen de geschiedenis van neutraal Moresnet” – een kleine staat die slechts zo’n honderd jaar (1816 – 1919) bestaan heeft. Het grensde aan de Nederlanden, Pruisen en na 1839 ook aan België. Voor de Polen heeft Moresnet een interesant Pools aspect – in 1908 werd het uitgeroepen tot de Esperanto staat Amikejo” – Esperanto is een internationale taal die ontworpen is door de Poolse doctor (met Joodse wortels) Ludwig Zamenhof.

Moresnet grensde aan: in het noorden (met een klein puntje), Nederland, in het oosten; Duitsland (Pruisen) en in het zuiden en westen aan België. Het land had wel vier! officiële talen: Duits, Frans, Nederlands en Esperanto. Het had een oppervlakte van 3,44 km2 en kende in 1816 een bevolkingsdichtheid van 74,5 inwoners/km2. (in 1858 wel 10 maal zoveel!). Het bestond van 1816 tot 1919 als een kleine neutrale staat.

Het vergeten land Moresnet.

1000px-Flag_of_Moresnet.svg   Vlag van Moresnet,
(Het Nederlandse rood is vervangen door het Pruisische zwart)
Weer in Moresnet, Wegenplan Kelmis.
Volkslied Amikejo

Geschiedenis van Neutraal Moresnet
Nadat Napoleon verslagen was moesten, in 1815 (op het Congres van Wenen) de grenzen in Europa opnieuw worden vastgesteld. Voor de Nederlanden (België bestond nog niet) betrof dit de grens met Pruisen (Duitsland bestond ook nog niet).

Het gebied Moresnet” werd in 1815 door het Congres van Wenen grotendeels aan de Nederlanden toegewezen. Echter bij het vastellen van het verloop van de grens trad een probleem met Pruissen op. In de buurt van het dorpje Kelmis, vlak bij Moresnet, lag namenlijk een heel belangrijke zinkmijn waarom ook Pruisen er zeggenschap eiste.

Uiteindelijk werd in 1816 in een apart grensverdrag (het Akens Grensverdrag, ook het Verdrag der Grenzen” genoemd) besloten het gebied Moresnet in drieën te verdelen:

MoresnetDe Nederlandse gemeente Vaals had daarmee een vierlandenpunt:

1. Nederland, de Landen van over de Maas” nu de provincie Limburg.
2. Het westelijk deel met het plaatsje (oud-)Moresnet en haar omgeving ging naar de Nederlanden (nu België).
3. Het tussengebied met het plaatsje Kelmis en omgeving (met zinkmijn) werd Neutraal Moresnet. Nu een van de kantons” in België.

4. Het oostelijk deel met Neu-Moresnet en omgeving ging als (Pruisisch-)Moresnet naar Pruisen (nu Duitsland).

Het bestuur van Neutraal Moresnet bestond uit een Nederlandse stadhouder, een Pruisische commissaris en de burgemeester van Kelmis als staatshoofd. Bij de schei-ding van België (Conventie van Londen 1839)  werd het westelijk deel van Moresnet eveneens Belgisch. Toen werd ook de Nederlandse stadhouder vervangen door een Belgische commissaris.
(Nederland heeft -formeel- nooit haar rechten op dit geied opgegeven).

Opmerking 1:
Het plaatsje (Oud-)Moresnet ligt in het huidige België. Het plaatsje Neu-Moresnet ligt in Pruisen (het huidige Duitsland). Beide dus buiten het neutrale land Moresnet!

Opmerking 2:
Het gebiedje Neutraal Moresnet” werd zo een piep kleine provincie op de ouderwetse wijze (dus als een onafhankelijk staatje). Het bestuur werd gevormd door de Pruisische commissaris, de Nederlandse stadhouder met later de burgemeester van Kelmis  als staatshoofd.

In de jaren 1869-1870 werden alle houten grenspalen, die erg vaak vernieuwd moesten worden, vervangen door stenen palen. Deze stenen palen zijn langs de Belgische grens genummerd van I tot XXX en langs de Pruisische grens van XXXI tot LX. De meeste staan er nog steeds.

https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/1/17/Drilandenpunt.jpg

Het vierlanden”-punt in de gemeente Vaals (Nederland)

Neutraal-Moresnet

In 1816 woonden er slechts 256 personen in het betwiste gebied. Maar door de groei van de zinkmijn en de daardoor groeidende economische opbloei, nam het aantal inwoners gestaag toe. Zo waren er in 1830 al zo’n 500 inwoners en in het jaar 1858 zelfs 2572. Van die 2572 bewoners waren er zo’n 700 “Neutralen”  (de nakomelingen van de oorspronkelijke bevolking) met 850 Belgen, 800 Pruisen, 200 Nederlanders en een 20-tal (al dan niet vaste) immigranten uit andere landen.

De inwoners van Moresnet hadden voordelen om in dat Neutrale gebied te wonen. Zo kenden de bewoners tot 1847 bijvoorbeeld geen dienstplicht, ook mochten ze tolvrij uit de omliggende landen invoeren. Verder waren de belastingen er heel laag, dus was het prijsniveau in Neutraal Moresnet heel laag, dus waren de lonen er hoger dan in de omringende landen.
Ook was het toegestaan om, weliswaar alleen voor eigen gebruik, drank te stoken. Er werden echter zulke enorme hoeveelheden gestookt dat die, zelfs in de 60 a 70 cafés die het neutrale gebied rijk was, niet geconsumeerd konden worden. Het grootste deel werd naar Nederland gesmokkeld. Een groot nadeel was echter wel dat de neutralen” in het buitenland als statenloos werden beschouwd.

Prentbriefkaart uit 1900

De zinkmijn: (Altenberg/Vieille Montagne)
Het was deze zinkmijn waaraan het neutrale gebied van Moresnet zijn bestaansrecht ontleende. De zinkmijn, in 1805 in concessie gegeven aan de Luikse chemicus, Jean-Jacques Daniel Dony, was zo belangrijk dat in artikel 31 van het Akens grensverdrag het volgende staat:

Er wordt nog eens uitdrukkelijk overeengekomen dat een wijziging in het gezag of regeringsbestel geenszins nadeel zal berokkenen aan de rechten van de heer Dony en Cie, betreffende de ontginning van de mijn, zodat zijn concessie steeds intact zal blijven en zij verder de voordelen en voorrechten die haar oorspronkelijk werden toegekend zal blijven genieten. De vroegere lasten op de concessie blijven van toepassing, onder meer de verplichting kalamijn” (zinkerts) te leveren aan de zinkfabrieken van de beide contracterende partijen, tegen een prijs die gespecificeerd is in de akte van concessie”.

De heer Dony, een briljant scheikundige, had de zinkmijn o.a. in concessie gekregen vanwege zijn uitvinding van de zinkoven. Met deze Luikse” zinkoven kon men zinkerts omzetten in het walsbare metaal. Maar Dony mocht dan een briljant scheikundige zijn, zakelijk ging het hem duidelijk minder goed af. Al in 1813 moest hij zijn belangrijkste schuldeiser, de bankier Hector Chaulet, als medefirmant accepteren. Nog in datzelfde jaar ging drie kwart van Dony’s industriële eigendommen naar François Mosselman en tenslotte ging de heer Dony zelfs failliet.

Mosselman verwierf zo alle overige aandelen van de zinkmijn en kreeg daardoor de volledige controle over de zinkmijn. Mede ook door de erfgenamen van Mosselman, die in 1837 de Société des Mines et Fonderies de Zinc de la Vieille Montagne” oprichtten, kwam de zinkmijn tot grote bloei totdat de mijn in 1885 volledig uitgeput was.

De Société de la Vieille Montagne was nauw betrokken bij het bestuur van het gebied. Behalve dat enkele van de directeuren tevens burgemeester van het gebied waren was het gemeentehuis ondergebracht in de bedrijfsgebouwen van de maatschappij. Ook nam de maatschappij in 1857 de bouw van een school voor haar rekening en werd één van de opzichters ter beschikking gesteld als veldwachter.

Het is bekend dat de maatschappij een zeer sociaal beleid voerde ten aanzien van de bevolking. Het zorgdragen voor goede medische voorzieningen en de gunstige tarieven voor leningen zijn hier voorbeelden van.

Landsverdediging en dienstplicht.
Volgens artikel 17 van het Verdrag der Grenzen mocht geen van beide landen (Pruisen of de Nederlanden – dus later België) Neutraal Moresnet militair bezetten. Neutraal Moresnet had dus geen leger nodig en mocht het ook niet hebben. Dit wilde echter nog niet zeggen dat er daarmee geen dienstplicht bestond. Volgens de overeenkomsten die de commissarissen hadden gesloten moesten de inwoners van Neutraal Moresnet, zo-dra ze de leeftijd van 20 jaar hadden bereikt, op het gemeentehuis komen aangeven of ze in Pruisen danwel Nederland (België) hun dienstplicht wilden vervullen.

Alhoewel de akkoorden al in 1823 door beide beherende staten werden goedgekeurd kwam het, door diverse redenen, niet tot uitvoering. Pruisen had overigens ook niet veel haast met de uitvoering ervan. Want omdat de dienstplicht in Pruisen veel langer duurde dan in Nederland (lees België) zouden de meeste dienstplichtigen toch niet voor Pruisen  hebben gekozen.

Pruisen deed het in 1855 iets anders. Pruisen beschouwde iemand die zich in Neutraal Moresnet ging vestigen niet meer als een emigrant, mede ook omdat Pruisen zich het gebied toch altijd al wilde toe-eigenen. Deze regel werd echter pas in 1875 van kracht. Daarna bleven alleen de echte Neutralen” (na 1875) nog van dienstplicht vrijgesteld.

Dr. Wilhelm Molly
Een beschrijving van de geschiedenis van Neutraal Moresnet zou niet compleet zijn zonder een stukje over de legendarische dr. Wilhelm Molly.
In 1863 was (de in het Duitse Wetzlar geboren) dr. Molly in Pruisisch Moresnet komen wonen om daar een huisartsen praktijk te beginnen.
Onder de bevolking heeft dr Molly zich al snel populair gemaakt door zijn behandelingen voor uiterst coulante tarieven te verrichten. Omdat hij een dreigende cholera epidemie de kop in wist te drukken kon zijn populariteit niet meer stuk. Een benoeming tot bedrijfsarts van de Vieille Montagne bleef daarna dan ook niet lang meer uit.

Men zou kunnen stellen dat de geschiedenis van Neutraal Moresnet zonder de komst van dr. Wilhelm Molly een aantal interessante aspecten zou missen.

Zo was dr. Molly de oprichter van de Kelmiser Verkehrs Anstalt”. Het was niet deze vereniging zelf die zo bijzonder was maar des te meer de door de vereniging uitgeven postzegels waarmee dr. Molly en zijn vrienden hun onafhankelijkheidsstreven deden blijken. Waarschijnlijk werden ze daarbij beïnvloed door de in een aantal Pruisische steden opererende plaatselijke postdiensten.

Toen echter de 2 commissarissen door de burgemeester van de activiteiten op de hoogte waren gebracht werd er direct een verbod uitgevaardigd. De commissarissen baseerden dat verbod op het gegeven dat in Neutraal Moresnet feitelijk nog de Franse Napoleontische wetgeving gold. Volgens die Franse wet (uit 1799) was de postdienst een staatsmonopolie.

Maar de uitgifte van de zegels is slechts een detail vergeleken met de poging van dr. Wilhelm Molly om Neutraal Moresnet tot de Esperantostaat Amikejo” om te dopen. In 1906 was dr.Wilhelm Molly in contact gekomen met de Franse professor Gustave Roy. Gustave Roy en dr. Molly, waren beiden zeer verwoede esperantisten en besloten te gaan werken aan de oprichting van een Esperantostaat. Welk gebied leende zich voor iets dergelijks beter het neutrale gebied van Moresnet?

De staat Amikejo
In 1908 werd in het lokaal van een schuttersvereniging een propaganda-bijeenkomst georganiseerd. De hele bevolking was opgetrommeld en in de versierde zaal werden gloedvolle betogen gehouden voor de oprichting van de Esperantovrijstaat ‘Amikejo’ (= de plaats van vriendschap). Op deze bijeenkomst werd door de mijnwerkersharmonie de, door Willy Huppermans gecomponeerde Amikejo-mars” gespeeld (het volkslied van Moresnet).

Na die bijeenkomst wisten vele internationale kranten inderdaad melding te maken van het feit dat er een Esperantostaat was opgericht. Ook werd op het Vierde Esperantisten Congres te Dresden besloten om Den Haag te laten vallen als vestigingsplaats voor de wereldcentrale en in plaats daarvan voor Neutraal Moresnet te kiezen.

Amikejo presentatie (Nederlands met Esperanto ondertitetling).

Het einde
Feitelijk eindigde het bestaansrecht van Neutraal Moresnet bij het uitgeput raken van de zinkmijn in 1885. Van die tijd af ging voornamelijk Pruisen meer krachtige pogingen doen om de tijdelijke” status van Neutraal Moresnet te beëindigen. Met doet van alles om België zover te krijgen dat het wil gaan onderhandelen. Omdat dit allemaal niet snel genoeg gaat, gaat men tot regelrechte sabotageacties over. Zo worden rond 1900 door Pruisen de elektriciteitsvoorzieningen afgesneden en de telefoonverbindingen afgekapt. Zelfs de aanleg van nieuwe leidingen in Belgisch gebied probeert men tegen te houden. Verder saboteerde men de aanstelling van nieuwe gemeenteambtenaren en dergelijke.

De bewoners van Neutraal Moresnet die de bui al zagen hangen dienden in maart 1897 een verzoekschrift in om aanhechting bij België in het geval van afschaffing van het neutraliteitsstatuut. In begin augustus 1914 concentreren zich Duitse troepen langs de grens en op 8 augustus trokken die troepen door de Luikerstraat naar Luik. De neutrali-teit behoorde daarmee tot het verleden en de bewoners van Neutraal Moresnet be-seften zich terdege wat dit voor Neutraal Moresnet zou kunnen gaan betekenen.

Aanvankelijk beschouwde Pruisen in eerste instantie Neutraal Moresnet gewoon, net als België, als bezet gebied. Men lijfde het niet direct in terwijl het toch altijd al door Pruisen als Duits gebied was beschouwd. Er werd in 1915 zelfs een Duitser (Dr. Bayer) benoemd die de taken van de Belgische commissaris overnam. In hetzelfde jaar werd echter die zelfde Dr. Bayer weer uit zijn functie ontheven, en op 27 juni van dat jaar kondigde de Pruisische regering aan, dat alleen zij de soevereiniteitsrechten op het betwiste neutrale gebied van Moresnet zou uitoefenen.

Dit was echter onder militaire druk gebeurd en dus in strijd met artikel 17 van het Akense grensverdrag dat nu juist de uitdrukkelijke bepaling had dat Neutraal Moresnet nooit militair bezet mocht worden door een van de toezichthoudende staten. Het was in 1919 dat door het Verdrag van Versailles” voor Neutraal Moresnet definitief het doek viel, want Artikel 32 van dat verdrag luidt: Duitsland erkent de soevereiniteit van België over het gehele betwiste gebied van Moresnet”.

Het vlugschrift waarop de vrede wordt aangekondigd. Tevens wordt de inwoners van Neutraal Moresnet medegedeeld dat het einde van Neutraal Moresnet een feit is. Neutraal Moresnet is definitief door België geannexeerd en zo dus van de landkaarten verdwenen.

Tijdens de laatste wereldoorlog werd Kelmis / La Calamine geannexeerd door het Derde Rijk (via het Fuhrerdekret van 18 mei 1940) onder de naam Moresnet”. Na de bevrijding in september 1944 werd de vooroorlogse situatie hersteld.

Duitstalige gemeenschap
Door een Belgische wet van 2 augustus 1963 werd het erkend als een Duitssprekende gemeenschap met enige” Franse taal faciliteiten. Door een wet van 9 augustus 1963 werd de gemeenschap toegevoegd aan het arrondissement Eupen. Bij Koninklijk Besluit van 13 oktober 1972 kreeg het de officiële Franse naam van La Calamine (Calamine)”. Zo zou de in 1919 per ongeluk geïntroduceerde hypercorrecte Vlaamse vorm “Kalmis” vervangen zijn door een oude Limburgse” naam. De huidige gemeente Calamine is, op 1 januari 1977, ontstaan door de samenvoeging van Hegenrath, Kelmis en Neu Moresnet.

Wat er nog over is:
Een klein museum (het Göhlthal museum) is al wat er over is van dit unieke detail uit de Europese geschiedenis. Verder is het interessant te weten dat van de 60 grenspalen die ooit de grens markeerden er nog ruim 50 op hun plaats staan en aldus de vroegere grens markeren alsof het landje nog steeds zou kunnen herleven. Met name deze over-gebleven grenspalen vormen een blijvende herinnering aan dit eens zo bijzondere gebied.

Nu is het een van de Belgische Duitstalige Oost Kantons.

Toeristische informatie (VVV).

De Oost-kantons.

Boudewijn Büch: Neutraal Moresnet.

Gemeente Kelmis (Moresnet) webplek.

Bronnen: Wikipedia.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *